Medewerkers van het RIVM plaatsen een nieuwe stikstofmeter RIVM

Het RIVM breidt het aantal stikstofmeetpunten uit. Daarmee kan volgens het instituut de stikstofbelasting in Nederland nog beter in kaart worden gebracht.

Er komen onder meer tien nieuwe meetpunten om te bepalen hoeveel ammoniak er in lucht zit bij natuurgebieden. Het RIVM zet ze neer op plekken waar nu nog beperkt wordt gemeten, "veelal niet-natuur".

Deze meetstations staan al in ruim tachtig natuurgebieden. De resultaten worden gebruikt om trends in de gaten te houden en om te kunnen controleren of de modelberekeningen kloppen.

Biodiversiteit aangetast

Ammoniak is een stikstofverbinding die vooral wordt uitgestoten door de intensieve veehouderij. Als de ammoniak neerslaat in natuurgebieden, verrijkt het de bodem en tast het de biodiversiteit aan.

41 procent van de stikstofneerslag in gevoelige natuurgebieden is afkomstig van de landbouw, heeft het RIVM berekend. Dat percentage werd door boeren in twijfel getrokken, maar uiteindelijk kwam ook hun eigen onderzoek daar op uit.

De Raad van State bepaalde in mei 2019 dat Nederland niet voldoende deed om die natuurschade te voorkomen. De uitspraak leidde tot een landelijke discussie over de stikstofproblematiek, waarbij boeren massaal in verzet kwamen tegen onder meer het inkrimpen van de veestapel.

Satellietbeelden

De uitbreiding van het aantal meetpunten komt er op advies van een onderzoekscommissie. Die stelde vorig jaar dat de stikstofberekeningen van het RIVM van voldoende tot goede kwaliteit zijn, maar ook dat er meer moest gebeuren om onzekerheden verder te verkleinen.

De commissie wilde ook dat er gebruik zou worden gemaakt van satellietbeelden. Het RIVM gaat met TNO en het KNMI onderzoeken of dat kan.

STER reclame