Door verslaggever Rienk Kamer

Het gaat bij de nationale dodenherdenking steeds minder over de Tweede Wereldoorlog en dat is een slechte ontwikkeling. Dat zegt directeur Dirk Mulder van Herinneringscentrum Kamp Westerbork vandaag in het NOS Radio 1 Journaal.

"Ik vind dat de dodenherdenking verwatert. 4 Mei staat voor een extreme periode die we nergens anders in onze Nederlandse geschiedenis vinden. Die periode werkt tot op de dag van vandaag door. Dat heeft zoveel zeggingskracht dat je je daar op 4 mei op moet blijven richten", volgens Mulder.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei legt bij de dodenherdenking de laatste jaren nadrukkelijk een relatie met andere oorlogen en vredesmissies, waarbij Nederlanders gestorven zijn. Mulder vindt dat deze slachtoffers ook herdacht moeten worden. "Het jaar bestaat uit 365 dagen en dan hebben we nog 364 dagen om dat te doen, maar dan houd je 4 mei voor de periode 1940-1945".

Kritiek

Directeur van het comité Nine Nooter kan zich niet vinden in de kritiek van Mulder. Volgens Nooter heeft Mulder volstrekt gelijk in het feit dat de Tweede Wereldoorlog bijzonder ingrijpend was, "maar neemt dat niet weg dat er sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog er geen dag zonder oorlog is geweest en daarbij veel mensen zijn omgekomen".

"Er zijn dus enorm veel verschillende groepen slachtoffers", zegt Nooter. "Wat belangrijk is aan 4 mei, ongeacht welke achtergrond, is dat al die verschillende herinneringen op die dag bij elkaar komen."

Steun

Mulder wordt in zijn kritiek gesteund door directeur Marjan Schwegman van het NIOD, het Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies. Eerder stelde zij dat de Nationale Herdenking, vanavond op de Dam in Amsterdam, een te algemeen karakter heeft en te weinig over de Tweede Wereldoorlog gaat.

STER reclame