Straatbeeld in de Rotterdamse wijk Charlois ANP

Mensen met een laag inkomen lopen meer risico op sterfte door corona. De kans om te overlijden aan covid-19 was voor de armste 20 procent van de Nederlanders, die geen (thuis- of langdurige) zorg ontvingen, twee keer zo hoog als voor de rijkste 20 procent, blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het CBS analyseerde samen met het Amsterdam UMC de sterftecijfers tijdens de eerste golf van de coronapandemie, van maart tot juli vorig jaar. Tijdens die eerste golf zijn in totaal 10.067 inwoners van Nederland overleden bij wie covid-19 is vastgesteld of bij wie het vermoeden heel sterk was. De onderzoekers wilden weten of de ziekte harder toesloeg onder bepaalde bevolkingsgroepen zoals niet-westerse migranten en onder mensen met een laag inkomen.

Opvallend is dat het effect van inkomensverschillen vooral groot is onder 70-minners. De kans om op die leeftijd te sterven aan covid-19 was bijna driemaal zo hoog in de laagste als in de hoogste inkomensgroep. Voor 70-plussers was het risico bijna twee keer zo hoog.

Thuiswerken kan niet

De onderzoekers zoeken de verklaring in de krappere behuizing waarin 70-minners wonen en hun arbeidsomstandigheden. Mensen lopen daardoor meer risico besmet te raken. "Het zou kunnen zijn dat mensen met een laag inkomen vaker werkzaam zijn in sectoren waar het niet goed mogelijk is om thuis te werken of op het werk de corona-adviezen goed na te leven", schrijven de onderzoekers.

Overigens geldt ook voor andere ziektes dat mensen met lagere inkomens daar eerder aan overlijden. Uit eerder onderzoek blijkt dat de sterfte deels verklaard kan worden door een ongezondere leefstijl, zoals roken en overgewicht.

Niet-westerse migranten

Nederlanders met een migratieachtergrond hadden in de periode van maart tot en met juni een iets hoger risico om aan covid-19 te sterven. Dat gold vooral voor mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Tijdens de laatste weken van de eerste golf was het risico op overlijden voor mensen met een niet-westerse migratieachtergrond anderhalf keer zo hoog als voor mensen van Nederlandse komaf.

Niet alle migrantengroepen werden even hard getroffen. Onder mensen met een Turkse of Surinaamse achtergrond was het sterfterisico groter dan onder mensen met een Marokkaanse of Antilliaanse achtergrond. Dat zou te maken kunnen hebben met onderliggend lijden. "Bij mensen uit sommige herkomstgroepen komen aandoeningen als obesitas, diabetes en hart- en vaatziekten vaker voor", stellen de onderzoekers. "Dat zijn aandoeningen waarbij een besmetting vaker ernstig afloopt."

De verschillen waren overigens niet in alle regio's hetzelfde. Hun sterfterisico was vooral verhoogd in de regio's Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Dat gold niet voor het zuiden van het land, waar de uitbraak als eerste huishield. Daar trof corona iedereen, ongeacht migratieachtergrond.

Hoe het sterfterisico zich na de eerste golf heeft ontwikkeld, moet nog nader worden onderzocht.

STER reclame