ANP

Zo'n 2,4 miljoen 70-plussers kwamen ervoor in aanmerking, ongeveer een derde van hen heeft het ook gedaan: stemmen per post. Maar gisteren bleek dat ongeveer 8 procent van de uitgebrachte briefstemmen niet volgens de regels is opgestuurd. Daarom heeft demissionair minister Ollongren (Binnenlandse Zaken) de instructie voor het tellen van de briefstemmen aangepast.

Wat ging er mis?

Om per post te kunnen stemmen, kregen 70-plussers meerdere documenten thuisgestuurd: een stembiljet, een speciale envelop voor dat stembiljet, een stempas, een geadresseerde retourenvelop en een handleiding.

De kiezers moesten hun ingevulde stembiljet in de bijbehorende envelop stoppen (de 'binnenste' envelop) en die, samen met hun stempas opsturen in de retourenvelop (de 'buitenste' envelop). Maar sommige 70-plussers hebben het onderscheid tussen de 'binnenste' en 'buitenste' envelop niet aangehouden en zowel hun stempas als hun stembiljet in de binnenste envelop gedaan.

Stembureaumedewerkers hadden de instructie gekregen dat ze de binnenste envelop dan niet mochten openmaken. "De gedachte daarachter is dat het stemgeheim geborgd moet zijn, vandaar die tweede envelop die dichtgeplakt wordt", zei Ollongren daar vandaag over. "Dat is best wel logisch, maar tegelijkertijd heeft toch niet iedereen die instructie goed opgevolgd."

Volgens Ollongren is de aanpassing belangrijk voor de toegankelijkheid van de verkiezingen:

Ollongren: blij dat problemen met briefstemmen kunnen worden opgelost

Ollongren wil niet dat 70-plussers die "per ongeluk" zo'n fout hebben gemaakt de dupe worden van deze voor hen nieuwe manier van stemmen. "Ik vind het zonde voor die mensen. Zij hadden duidelijk de intentie om te stemmen, maar dan zou hun stem niet meetellen door een foutje in de handelingen die ze thuis moeten verrichten."

Ollongren paste de instructies voor stembureaumedewerkers aan nadat ze advies over de kwestie had ingewonnen bij de Raad van State en de Kiesraad. Zij zeggen allebei dat het openen van de binnenste envelop, om te controleren of de stempas en het stembiljet daarin zitten, binnen de wettelijke mogelijkheden valt.

Verkiezingswet

Daarmee wordt de tijdelijke verkiezingswet bedoeld, die in het leven is geroepen vanwege het coronavirus. In die wet staat dat ('buitenste') retourenveloppen die niet alle stembescheiden bevatten terzijde moeten worden geschoven (en dus ongeldig zijn).

Wie de verkiezingswet strikt opvolgt, zegt de Raad van State, mag de binnenste envelop niet openmaken als de stempas daar ook in zit. Maar volgens de adviesraad is het strikt handhaven van het betreffende wetsartikel nu ondergeschikt aan "het ongeldig verklaren van een aanzienlijke hoeveelheid stembiljetten die door deze kiezers met de beste bedoelingen te goeder trouw zijn uitgebracht".

Dat vindt ook de Kiesraad, die net als de Raad van State wijst op de balans tussen twee belangrijke waarden in het verkiezingsproces: de toegankelijkheid van de stemming en het stemgeheim van de kiezer. Over het openen van de binnenste envelop moet "niet lichtvaardig" worden gedaan", zegt de Kiesraad, omdat die het stemgeheim van de kiezer beschermt. Maar, vindt de raad, het zou voor die kiezer nóg nadeliger zijn als zijn stem helemaal verloren gaat.

Ook Wim Voermans, hoogleraar Staats- en Bestuursrecht in Leiden, noemt de nieuwe instructie van de minister "heel verstandig". Als de briefstemmen wel opzij moesten worden gelegd, waren de biljetten volgens hem samen goed voor ongeveer één zetel. "Dat is geen klein bier".

Stemgeheim

Maar hoe zit het dan met het stemgeheim? Politici onder wie Forum voor Democratie-voorman Baudet spreken op Twitter hun verontwaardiging uit over de gewijzigde procedure; Baudet stelt dat het stemgeheim zo wordt geschonden.

Maar volgens de Kiesraad blijft het stemgeheim intact. Stembureaumedewerkers vouwen het stemformulier niet open voordat ze het in de stembus gooien. Ze weten dus niet wat iemand heeft gestemd.

Ook Voermans zegt dat het stemgeheim niet wordt geschonden en noemt het systeem "waterdicht". Voermans: "Ze proberen ervoor te zorgen dat er geen onduidelijkheid is over de vooropening en er geen verschillen tussen stembureaus optreden als er morgen geteld wordt." Volgens de hoogleraar is de procedure in lijn met de Kieswet; die laat namelijk voor stembureaus enige ruimte hoe met bijvoorbeeld ongeldige briefstemmen om te gaan.

In een democratie moet het doel zijn om burgers zoveel mogelijk hun stem te kunnen laten uitbrengen

Hoogleraar Staatsrecht Leonard Besselink

Dat er sprake is van fraude, zoals ook op sociale media gezegd wordt, is volgens Voermans onzin. "Er worden geen regels gebroken; er wordt centrale regie gepleegd op hoe de stembureaus met dit soort stemmen moeten omgaan, zodat het in heel Nederland hetzelfde gaat."

Daar is ook hoogleraar Staatsrecht Leonard Besselink van de Universiteit van Amsterdam het mee eens. "In een democratie moet het doel zijn om burgers zoveel mogelijk hun stem te kunnen laten uitbrengen. Zo is de Kieswet ook ingericht", zegt Besselink.

Geen schoonheidsprijs

Maar, zo zegt Besselink, de gang van zaken rond het briefstemmen verdient niet de schoonheidsprijs. "Het bewijst opnieuw dat er nogal geklungeld wordt bij wetgeving in coronatijd. Het probleem dat hier hals-over-kop verholpen wordt, was tevoren bekend."

Voermans denkt tevens dat dat hier van tevoren slecht over is nagedacht. Maar dat, zo zegt de hoogleraar, is in een pandemie ook logisch. "We kunnen lang blijven zuchten, maar er was te weinig voorbereidingstijd. Er wordt nu gewoon volgens de regels gehandeld."

STER reclame