De Ras-Hanura-olieterminal voor de kust van Saudi-Arabië, doelwit van raketaanvallen EPA

Olie wordt duurder en duurder. In de afgelopen vier maanden is olie bijna verdubbeld in prijs. Voor het fossiele zwarte goud moet nu al 70 dollar worden neergeteld, de hoogste prijs in bijna twee jaar. Nog maar vier weken geleden kostte een vat Brent-olie 60 dollar, en vier maanden terug zelfs 40 dollar.

Aan de pomp is de duurdere olie duidelijk te voelen, want benzine is dubbeltjes duurder geworden. De adviesprijs van een liter E95-benzine is inmiddels 1,83 euro, tegen 1,62 euro begin november. Het volgooien van je benzinetank kost dus al gauw 10 euro meer.

De olieprijs wordt vooral opgestuwd door optimisme over het economisch herstel nu er volop gevaccineerd wordt. Ook het recente besluit van het OPEC-kartel om de olieproductie niet te verhogen helpt de prijs omhoog. Als klap op de vuurpijl zorgde dit weekend de aanval met raketten en drones van Jemenitische opstandelingen op de Saudi-Arabische olie-installaties voor extra prijsdruk.

Olieprijs

De Saudische olie-installaties waren in september 2019 al eerder doelwit van terroristische raketaanvallen, waarna een grote olie-installatie toen enige tijd stillag. De olieprijs vloog toen omhoog, om na het herstel van de productie weer terug te zakken.

Kraan dichtdraaien

De 23 OPEC-landen en bondgenoten proberen sinds 2018 de olieprijs structureel op te krikken door minder olie op te pompen. Olie is voor veel OPEC-landen een belangrijke, zo niet de belangrijkste inkomstenbron. De stagnerende groei van de wereldeconomie drukte de olieprijs doordat de vraag naar olie terugloopt en de OPEC-olie last heeft van de concurrentie met Amerikaanse schalieolie. Minder olie op de markt zorgt voor hogere prijzen, zo was het idee. Maar de dichtgedraaide kraan haalt niet echt veel uit.

Begin 2020 ontketende OPEC-aanvoerder Saudi-Arabië een prijzenoorlog door te dreigen de olieproductie op te voeren om bondgenoot Rusland te dwingen mee te doen met de productiebeperking. Uitgerekend toen brak de coronapandemie uit en de lockdown van de economie deed de olieprijzen instorten. Fabrieken draaiden maar deels, het transport op de weg en water decimeerde en het vliegverkeer viel nagenoeg stil. Voor de uitbraak kostte olie 60 tot 70 dollar, in maart en april kelderde de prijs naar 20 tot 30 dollar.

Na de eerste coronagolf liep de olieprijs weer op naar rond de 45 dollar, maar hij zakte bij de tweede coronagolf in het najaar weer naar rond de 40 dollar. Sindsdien, nu het optimisme over economisch herstel door het uitrollen van het vaccin is gegroeid, zit de prijs dus weer in de lift.

Marktsentimenten

Vorige week besloot de OPEC de vrijwillige olieproductiebeperking nog minstens tot mei vast te houden. De markt rekende eigenlijk op een verhoging van de olieproductie want de olieprijs was nu wel sterk genoeg gestegen. Het gevolg was dus dat de prijs boven de 70 dollar zit, mede vanwege de Jemenitische raketaanvallen. "De aanval mislukte dan wel, maar de oliemarkt blijft gevoelig voor dit soort acties", zegt energie-adviseur Lucia van Geuns van het The Haque Centre for Strategic Studies.

Er is geen tekort aan olie of veel meer vraag dan aanbod, en nergens ter wereld hapert de productie of de aanvoer van olie. De olieopslagtanks in de wereld zitten gemiddeld goed vol. De prijs lijkt dus vooral een speelbal van marktsentimenten.

Er blijven twijfels hangen over de vraag naar olie in covidtijden en de geopolitieke risico's in het Midden-Oosten, alsook rond de uiteenlopende financiële belangen van olielanden. "Tegelijkertijd lijken we toch gewoon wandelend op weg naar een verbruik van weer 100 miljoen vaten per dag in 2022 of 2023", aldus Van Geuns.

Benzineprijs

STER reclame