Aanbod van een makelaar ANP

De plannen voor de woningmarkt van meerdere politieke partijen verschillen maar weinig en lossen het woningtekort niet op. Dat concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in zijn doorrekeningen van de partijprogramma's voor de komende verkiezingen. Het wijst erop dat experts "vanuit allerlei hoeken" erop wijzen dat er geen "silver bullet" is die het probleem oplost.

Het PBL keek dit jaar voor het eerst naar de plannen voor de woningmarkt, een belangrijk thema deze verkiezingen. Er blijken weinig verschillen te zijn in de maatregelen die de zes onderzochte partijen voorstellen. Bovendien zal er met de voorstellen "aan het einde van de komende kabinetsperiode nog altijd een woningtekort zijn", constateert het Planbureau.

Volgens het PBL sluiten veel voorstellen voor de woningmarkt aan bij het huidige beleid of zijn ze al beleid. "Ze vormen geen trendbreuk met het verleden." Sommige partijen willen een aparte minister die geheel verantwoordelijk is voor het woningaanbod, maar wat die minister anders moet gaan doen dan nu blijft onduidelijk: "Vooralsnog kan eigenlijk alles wat de partijen wensen, ook binnen de bestaande kaders worden gerealiseerd; daar is geen aparte minister voor nodig."

Het PBL heeft de verkiezingsprogramma's geanalyseerd van zes partijen: CDA, D66, GroenLinks, de SP, de PvdA en de ChristenUnie. De VVD, PVV, Forum voor Democratie en kleinere en nieuwe partijen lieten al eerder weten dat ze hun plannen niet wilden laten doorrekenen. Voor de VVD was een van de redenen dat het Planbureau kernenergie niet meerekent als optie voor klimaatbeleid.

Klimaatbeleid

Het PBL beoordeelde de verkiezingsprogramma's op hun effecten voor de leefomgeving in 2030, omdat voor dat jaar belangrijke doelen zijn gesteld, zoals op het gebied van klimaatbeleid. Alle zes partijen willen de nationale uitstoot van broeikasgassen in 2030 verder omlaag brengen.

Maar de mate waarin dat daadwerkelijk gebeurt loopt sterk uiteen. Het CDA brengt de uitstoot terug met ongeveer 46 procent ten opzichte van 1990 (het gebruikelijke ijkjaar bij klimaatplannen), D66 met 60 procent en GroenLinks met ongeveer 63 procent. De andere partijen zitten daartussenin.

Door het planbureau is gekeken hoe de voorstellen voor klimaatbeleid uitpakken. Het gaat dan bijvoorbeeld om maatregelen in het wegverkeer en openbaar vervoer, de luchtvaart en de industrie. Alle partijen willen vooral de uitstoot in de industrie beperken. Maar er zijn duidelijke verschillen in voorgesteld beleid.

De voorstellen van SP, GroenLinks, D66 en PvdA leiden tot substantiële lastenverhogingen voor de industrie. Dit kan leiden tot een zogenoemd weglekeffect, zegt het Planbureau, omdat sommige industriële activiteiten naar het buitenland kunnen verschuiven.

Groei luchtvaart beperken

Alle partijen investeren meer in openbaar vervoer, en een aantal partijen wil kilometerbeprijzing invoeren. Dit leidt tot meer gebruik van het openbaar vervoer, maar de mate waarin verschilt. Van maximaal 5 procent meer ov bij het CDA en SP, 9 tot 12 procent bij D66, GroenLinks en ChristenUnie tot 16 procent meer bij de PvdA.

Bijna alle partijen willen de groei van de luchtvaart beperken, bijvoorbeeld door het stellen van een maximumaantal vliegbewegingen of een plafond aan de hoeveelheid CO2-uitstoot voor vertrekkende vluchten. Ook wordt een verhoging van de vliegbelasting voorgesteld, waarbij GroenLinks met 38 euro het hoogste bedrag noemt.

Krimp veestapel

De partijen verschillen flink in hun plannen over stikstof en biodiversiteit. Het CDA wil geen vermindering van de veehouderij, terwijl partijen als D66, GroenLinks en de PvdA de veestapel willen verkleinen. Zij willen ook ruimte voor nieuwe natuur en minder intensieve landbouw. Het CDA wil van alle partijen het meest focussen op technische maatregelen om de stikstofdoelen te halen.

Bij het CDA en de ChristenUnie nemen de lasten voor boeren en tuinders het minst toe. Het Planbureau wijst erop dat de uitvoerbaarheid van de maatregelen bij elke partij een aandachtspunt is. Technologieën zijn soms nog onzeker, er kunnen juridische haken en ogen zijn en maatregelen zijn soms vrijwillig.

Grote verschillen in kosten

Van alle maatregelen zijn de kosten voor de gebouwde omgeving en mobiliteit het hoogst. Wel zijn er grote verschillen tussen de partijen: van 4 miljard euro per jaar bij de SP tot 9 miljard bij GroenLinks.

Het Planbureau wijst erop dat het effect van alle voorgestelde maatregelen nog onzeker is. "Bij een hogere of juist lagere economische groei, bijvoorbeeld als gevolg van de coronacrisis, of wijziging in de uitvoering van maatregelen, zal de uitkomst anders zijn."

STER reclame