De Syrische president Bashar al-Assad ontmoet Syrische militairen aan de frontlinie van de stad al-Habit. epa

De veroordeling vandaag in Duitsland van een Syrische vluchteling die werd herkend als handlanger van het Assad-regime is uniek. Het is de eerste keer dat een rechter uitspraak doet tegen een Syriër voor misdaden die zijn gepleegd in opdracht van het Syrische regime. Ook in andere Europese landen is dit mogelijk, ook in Nederland.

De Duitse rechters hebben gebruikgemaakt van het beginsel van de zogenoemde universele jurisdictie. Hierdoor kunnen personen die ernstige misdrijven hebben gepleegd - zoals oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid - worden veroordeeld, ongeacht hun nationaliteit. Van deze wetgeving wordt onder meer gebruikgemaakt in België, Frankrijk, Noorwegen, Zweden en Nederland.

Bekijk de reportage van correspondent Wouter Zwart:

Voor het eerst Syriër veroordeeld voor misdaden door het regime-Assad

Wet Internationale Misdrijven

In Nederland gebeurt dit op basis van de Wet Internationale Misdrijven uit 2003. Aanvankelijk waren genocide, misdrijven tegen menselijkheid, oorlogsmisdrijven en foltering strafbaar gesteld. Later kwamen daar nog gedwongen verdwijning en agressie bij.

"Wat Nederland enigszins beperkt, is dat er altijd een link met Nederland moet zijn", legt Thijs Bouwknegt uit. Hij is onderzoeker bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. "Dit betekent dat een buitenlandse verdachte aanwezig moet zijn in Nederland of een ander deel van het Koninkrijk of dat het slachtoffer óf de dader van een internationaal misdrijf in het buitenland Nederlander is."

Dit is een belangrijk verschil met Duitsland, waar de wet ruimer wordt geïnterpreteerd en er niet per se zo'n persoonsgebonden link met Duitsland hoeft te zijn om iemand te vervolgen.

Het Team Internationale Misdrijven is een speciale politie-eenheid die zich samen met gespecialiseerde officieren van justitie bij het Openbaar Ministerie (OM) bezighoudt met het opsporen en vervolgen van mensen die verdacht worden van het plegen van genocide, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en foltering. Bouwknegt: "Het is een team van zo'n 30 à 40 rechercheurs, ook wel de oorlogsrecherche genoemd."

In het verleden boekte dit team enkele successen. Zo is het ze bijvoorbeeld gelukt om oorlogsmisdadigers uit Rwanda, Afghanistan en Ethiopië veroordeeld te krijgen.

Geen toegang tot plaats delict

Juridisch is het dus mogelijk om handlangers van het regime van president Assad in Nederland te vervolgen. De NRC concludeerde eind vorig jaar na maandenlang onderzoek dat er in Nederland tientallen voormalige handlangers van het Assad-regime wonen als vluchteling. Toch worden deze mensen momenteel niet worden vervolgd, laat het OM in een reactie aan de NOS weten:

"Op dit moment worden geen handlangers van het Syrische regime vervolgd. Onderzoeken die zijn ingesteld hebben nog niet geleid tot strafzaken. Deze onderzoeken zijn vaak ingewikkeld. Dat heeft ermee te maken dat misdrijven zijn gepleegd in het buitenland en dan ook nog eens in een oorlogssituatie. De politie kan geen onderzoek doen in Syrië."

Nederland heeft geen overeenkomst inzake rechtshulp met Syrië, waardoor Nederland niet zomaar aan president Assad kan vragen om daar onderzoek te gaan doen.

Thijs Bouwknegt, onderzoeker bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies

Vooral dat Nederlandse rechercheurs niet naar Syrië kunnen gaan voor onderzoek, maakt het volgens Bouwknegt erg ingewikkeld. "Nederland heeft geen overeenkomst inzake rechtshulp met Syrië, waardoor Nederland niet zomaar aan president Assad kan vragen om daar onderzoek te gaan doen. Hierdoor hebben rechercheurs of een onderzoeksrechter dus geen toegang tot het plaats delict, wat het bijzonder problematisch maakt om getuigen in Syrië te vinden en te horen."

Het vinden van bewijs is dus erg lastig. Veel documenten en forensische gegevens zijn verloren gegaan. Verklaringen van getuigen zijn volgens het OM daarom erg belangrijk, maar die getuigen zijn vaak over de hele wereld verspreid. "Ze moeten eerst worden gevonden. Ook moeten ze zich veilig genoeg voelen om hun verhaal te vertellen. Een aantal is bovendien ernstig getraumatiseerd."

Assad aanklagen

De overheid doet ook een poging om het Syrische regime aan te klagen. Een eerdere poging om Syrië door te verwijzen naar het Internationaal Strafhof stuitte op een veto van Rusland in de VN-Veiligheidsraad.

Daarom kwam demissionair minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok vorig jaar met een opmerkelijk plan. Blok maakte bekend dat Nederland Syrië wil aanspreken als mede-ondertekenaar van het verdrag tegen foltering van de Verenigde Naties.

Blok licht toe waarom Nederland Syrië aansprakelijk stelt voor schending van de mensenrechten:

Blok: We laten de martelingen niet ongemerkt passeren

Nederlandse diplomaten moeten eerst onderhandelen met vertegenwoordigers van Assad. Als dat niet tot een oplossing leidt, is er mogelijkheid tot arbitrage. Het ministerie van Buitenlandse Zaken laat aan de NOS weten dat ze na maanden wachten nog steeds geen reactie van Syrië hebben en binnenkort een volgende stap nemen. Dat is dan het in gang zetten van een arbitrageprocedure.

Als de landen er in arbitrage niet uitkomen, stapt Nederland naar het Internationaal gerechtshof. Het is een proces dat nog jaren kan duren.

STER reclame