ANP

Mensen die ervan worden verdacht dat ze op iemand hebben geschoten, kunnen geen smoesjes meer verzinnen voor schotresten op hun kleding en handen. Een groot Europees forensisch onderzoek heeft aangetoond dat die sporen niet van iets anders afkomstig kunnen zijn.

Volgens het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) horen rechters vaak allerlei verhalen die de schotresten verklaren. Zo zijn er verdachten die zeggen dat ze automonteur zijn en door het werken met airbags en remblokken de kleine metaaldeeltjes op hun kleding hebben gekregen. Maar dat excuus gaat niet langer op, zegt het NFI.

De metaaldeeltjes die vrijkomen na een schot hebben een heel andere samenstelling dan metaaldeeltjes die achterblijven na bijvoorbeeld het werk aan een auto.

En ook het excuus dat schotresten bij een arrestatie worden overgedragen door politieagenten gaat niet meer op, want die schotresten zien er anders uit.

Alleen mensen die vaak een vuurwapen gebruiken, hebben een verhoogde kans op aanwezigheid van schotresten, zegt het NFI.

STER reclame