Een coronatest in Lansingerland NOS

Iedere middag publiceren de ziekenhuizen en het RIVM via open data de nieuwste cijfers rond het coronavirus: het aantal nieuwe besmettingen, de ziekenhuisbezetting en het aantal overledenen. Voor iedere Nederlander te raadplegen en zo snel als enigszins mogelijk terug te vinden op de websites van grotere media als de NOS. Ook de Rijksoverheid komt met steeds meer informatie over de ontwikkeling van de epidemie op een dashboard voor het grote publiek.

Maar hoe word je wijs uit al die informatie? Duizenden nieuwe besmettingen op een dag, hoe moet je dat aantal plaatsen? Is het verontrustend, of is er juist reden voor optimisme? En waarom schommelen de cijfers van dag tot dag zo enorm?

Een poging tot een leeswijzer, voor wie de rode draad zoekt in de dagelijkse datakluwen.

Vergeet de dagkoersen en zoom uit naar het weekbeeld

Het RIVM is zelf de eerste om het toe te geven: de cijfers die iedere middag om 15.15 uur komen zijn pure dagkoersen. Ze geven weer hoeveel meldingen het instituut toevallig die dag tot 10.00 uur heeft binnengekregen, maar zeggen lang niet alles over het hoe het precies gaat met de bestrijding van de epidemie. Daarvoor moet je zijn bij de wekelijkse overzichten van het RIVM. De dagelijkse cijfers zijn er vooral voor de transparantie in crisistijd.

Toch zijn uit die dagkoersen wel degelijk interessante lijnen te trekken. Zolang je de cijfers maar beschouwt als bouwsteentje van een bredere trend. De trend (bijvoorbeeld: loopt het aantal besmettingen op of juist terug?) vind je als je uitzoomt en het plaatje van de hele voorbije week bekijkt.

Toegespitst op bijvoorbeeld woensdag 27 januari: de 4774 besmettingen van die dag waren er bijna 800 meer dan een dag eerder. Op het eerste gezicht slecht nieuws. Maar als je de cijfers van de hele week erbij betrekt, dan zie je opeens een daling van 9 procent ten opzichte van de zeven dagen ervoor.

De NOS benoemt dit soort trends geregeld in de dagelijkse berichtgeving over de RIVM-cijfers. Als je verder wilt duiken in de cijfers en daar zelfs trends uit wil destilleren, dan kan dat onder meer via het 'landendashboard' van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De cijfers daar wijken soms licht af van de open data van het RIVM, maar niet dusdanig dat de trends anders zijn.

Behalve een weekend- is er ook een 'midweek-effect'

In de eerste golf werd het een redelijk bekend begrip: het 'weekendeffect' in de officiële sterftecijfers. Omdat overlijdens vooral op werkdagen werden doorgegeven aan het RIVM, ontstond er op met name zondag en maandag een kunstmatige dip in de cijfers. En op dinsdag, als de achterstand in de melding sterfgevallen werd ingehaald, juist een piek.

Dat leverde een behoorlijk schokkerige grafiek op. Een grafiek die er nu in de tweede golf nog precies hetzelfde uit ziet. Het weekendeffect is er dus nog altijd. De rode lijn in de grafiek is nodig om de onderliggende trend zichtbaar te maken.

NOS

Bij de besmettingen is inmiddels dezelfde soort scheefheid te zien. Verschil is dat het hier eerder de woensdagen en donderdagen zijn waarop de uitschieters zich voordoen.

Dat zit zo: in het weekend laten mensen zich minder testen, is gebleken. Kennelijk hebben ze dan de neiging om lichte klachten nog even aan te zien. Op maandag en dinsdag is het daardoor bovengemiddeld druk in de teststraten van de GGD. Dat zie je logischerwijs in de dagen daarna terug in de vorm van pieken in de cijfers. Vanaf vrijdag dalen de statistieken juist weer.

Schrik dus niet meteen als op woensdag en/of donderdag het aantal besmettingen opeens de pan uit lijkt te rijzen; het is heel goed mogelijk dat dit niet meer is dan het 'midweek-effect'.

NOS

Voor wie hier bovenop nog echt de diepte in wil, is er het eerdergenoemde dashboard van de Rijksoverheid. Van de ziekenhuisopnames per gemeente tot het aantal positief geteste personen in de gehandicaptenzorg - je vindt daar een berg aan cijfers.

Op het dashboard draait het vooral om de signaalwaardes

Tip voor als je tussen de bomen het bos wilt blijven zien: hier loont het vooral om te letten op de zogenoemde signaalwaardes en hoe het daarmee gaat. Dat doen de beleidsmakers immers ook. Als de signaalwaarde wordt overschreden, is de kans aanzienlijk kleiner dat er lockdownmaatregelen kunnen worden versoepeld.

Een voorbeeld bij de ziekenhuisopnames: dat waren er eind januari nog meer dan 200 per dag. Eigenlijk vijf tot zes keer te veel. Want op het dashboard is te zien dat de signaalwaarde 40 is, wil het kabinet het gevoel hebben dat de zaak in de ziekenhuizen beheersbaar is.

Iets soortgelijks zie je bij de besmettingen per 100.000 Nederlanders. De signaalwaarde is hier 7, terwijl het gemiddelde in de laatste week van januari rond de 27 lag. Het helpt verklaren waarom het Outbreak Management Team, met de Britse variant van het virus in opmars, ook een avondklok nodig vond.

STER reclame