Ontbossing in Congo (foto uit oktober 2020) AFP

Bosgebieden ter grootte van tien keer Nederland zijn in de periode 2004-2017 verloren gegaan, vooral om ruimte te maken voor landbouw. Het gaat om 43 miljoen hectare tropische bossen in Azië, Zuid-Amerika en Afrika, staat in een rapport van het Wereld Natuur Fonds.

Volgens het WNF speelt Nederland hierin een onevenredig grote rol. Door de invoer van (en handel in) vooral soja voor veeteelt, zorgt Nederland voor ontbossing in andere landen.

Voor het rapport is gekeken naar de gebieden waar de ontbossing het hevigst is. Het WNF komt tot 24 'hotspots' waar bossen of delen ervan zijn verdwenen. Negen van die gebieden liggen in Zuid-Amerika, vooral in de Amazone en in de Cerrado in Brazilië. Als gevolg hiervan zijn populaties wilde dieren volgens WNF met een alarmerende snelheid afgenomen.

Uit het WNF-rapport: de rode gebieden tonen de ontbossing in Brazilië WNF

In Azië gaat het om zeven gebieden, waarbij Indonesië en Maleisië door WNF 'topontbossers' worden genoemd. Het gaat om leefgebied van verschillende bedreigde diersoorten zoals tijgers en olifanten. De overige acht gebieden liggen in Afrika, zoals op Madagaskar.

Ontbossing is volgens het Wereld Natuur Fonds niet alleen slecht voor wilde dieren. Het verergert ook het klimaatprobleem, zegt WNF-bossenexpert Merijn van Leeuwen.

CO2-uitstoot

"Wat bossen wereldwijd aan CO2 hebben opgeslagen in hout, wortels en veen, is evenveel als wat de gehele mensheid in zeven jaar uitstoot. Dat is dus ontzettend veel", zegt Van Leeuwen. Ontbossing daarentegen zorgt voor 13 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen. Het verdwijnen van bos heeft daarnaast ook een grote impact op de biodiversiteit en de bestaansmiddelen en het welzijn van lokale gemeenschappen.

De bossen worden vooral gekapt voor vijf producten: soja (voor veevoer), vlees, cacao, palmolie en hout. Van deze hebben veeteelt en het verbouwen van soja de grootste impact.

Binnen de Europese Unie is Nederland de grootste importeur van soja, palmolie en cacao. Daarnaast investeert ons land relatief veel in de veeteelt in Zuid-Amerika. Volgens Van Leeuwen is Nederland hiermee een relatief grote aanjager van ontbossing.

Ontbossing op je bord

"Gelukkig werkt de Europese Unie al aan wetgeving die het kappen van tropische bossen moet tegengaan", zegt de WNF-deskundige. "Meer dan een miljoen mensen hebben om zo'n bossenwet gevraagd, die ervoor zorgt dat producten die voor ontbossing hebben gezorgd niet meer op de Europese markt terecht kunnen komen. Veel burgers hebben bij ons aangegeven: wij willen geen ontbossing op ons bord."

Als je een vleesburger eet, wordt daar vijf keer zoveel land voor gebruikt als voor een sojaburger.

Zo lang die wet er nog niet is, kun je er als consument al wel voor kiezen om meer plantaardig te eten, zegt Van Leeuwen verder. Een sojaburger is volgens WNF nog altijd veel beter dan een gewone hamburger. "Als je een vleesburger eet, wordt daar vijf keer zoveel land voor gebruikt als voor een sojaburger." Want in veevoer zit niet alleen soja, maar ook graan en gras.

Toenemende versnippering

Opvallend in het nieuwe rapport is dat er verder is gekeken dan de directe ontbossing en grootschalige landbouw die ervoor in de plaats komt. In een nog veel groter gebied, namelijk bijna 200 miljoen hectare, vindt een toenemende versnippering plaats.

"Dan blijft er wel een deel van het bos staan", zegt Van Leeuwen, "maar toch verdwijnen er zoveel bomen dat de biodiversiteit wordt aangetast en dat ook het lokale klimaat erdoor verandert. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de Amazone, waar je ziet dat het gebied droger wordt."

WNF pleit ervoor dat Nederland zich inspant voor 'ontbossingsvrije handel'. Ook kan Nederland andere landen helpen. Zo is er in Brazilië inmiddels veel braakliggende grond, die ook ingezet zou kunnen worden voor de landbouw. Hiermee kan de verwachte groei van soja tot 2030 worden opgevangen, zonder nog een boom te kappen.

Corona

Overigens heeft ook de coronacrisis volgens WNF aangetoond dat de mensheid anders met bossen moet omgaan. "Als bossen gezond zijn, vormen ze een buffer tegen ziekten als covid-19. Maar als bossen worden aangevallen, zijn hun waarborgen verzwakt en kan dat leiden tot de verspreiding van ziekten", stelt het rapport.

Van Leeuwen licht toe: "In bossen is sprake van een ecosysteem dat zichzelf in evenwicht houdt, inclusief virussen en parasieten. Maar als het ecosysteem uit balans raakt, als gevolg van het kappen van bomen, kan een virus gemakkelijker overgaan op andere soorten, en uiteindelijk overspringen op de mens."

STER reclame