ANP

Lodewijk Asscher vindt zichzelf bij uitstek geschikt om het vertrouwen van de burgers in de overheid te herstellen. Dat zegt hij in een toelichting op zijn besluit om door te gaan als leider van de PvdA.

De lijsttrekker bood vorige maand zijn excuses aan voor zijn rol in de affaire met de kinderopvangtoeslag. Een aantal PvdA-leden vroeg zich daarna af of hij niet zou moeten opstappen.

Maar de PvdA-leider heeft er goed over nagedacht en is tot de conclusie gekomen dat het vertrek van hem of een ander 'poppetje' geen enkel nut heeft. "De oplossing is niet: meneer Jansen of Pietersen heeft het fout gedaan en die moet weg. Nee, de echte oplossing is: het toeslagensysteem moet op de schop, maar ook het wantrouwen tegen de burgers dat daaraan ten grondslag ligt."

"En als er nou één partij is die dat moet doen, is het de Partij van Arbeid wel", zegt Asscher. Want de mensen die slachtoffer waren in de toeslagenaffaire kwamen juist uit "een groep die wij willen vertegenwoordigen: werkende mensen die hun best doen en dan vermalen worden door de overheid. Daarom trekken PvdA'ers zich dit aan."

En hij is dan de juiste persoon om de kar te trekken, vindt hij. "Want ik heb de ervaring. Ik ben de enige oppositieleider die weet hoe het is om in een regering te zitten. En ik ben de enige oud-minister die vanuit de Kamer vier jaar volksvertegenwoordiger is geweest."

'VVD kan dit niet repareren'

Op de vraag of VVD-leider Rutte niet iets soortgelijks zou kunnen zeggen, antwoordt Asscher dat dit niet geloofwaardig zou zijn vanwege de ideologie van de liberalen. "Ik denk dat de ideologie van wantrouwen tegen iedereen die de verzorgingsstaat nodig heeft, ervoor heeft gezorgd dat de regelgeving zo strikt is geworden. Wat mij betreft is de VVD niet de partij om de verzorgingsstaat weer te repareren."

De PvdA heeft volgende week een verkiezingscongres. Dan worden de kandidatenlijst en het verkiezingsprogramma vastgesteld.

Asscher over leiderschap

STER reclame