NOS/Jeroen van Eijndhoven

In deze coronatijd is het in de ziekenhuizen alle hens aan dek. Daarom is het juist nú een extra groot probleem dat een flinke groep jonge artsen wil stoppen. Dat blijkt althans uit een uitgebreide enquête die belangenvereniging De Jonge Specialist vorige maand hield. De werkdruk wordt hun te veel, en ondanks de vele overuren blijft er te weinig tijd over voor de patiënt.

Hugo van Elteren was een van hen. Dertien jaar besteedde hij aan zijn studie geneeskunde en zijn promotieonderzoek. Met veel plezier en volle inzet. Tot 2016 werkte hij op de kinderafdeling van een universitair medisch centrum, in afwachting van een opleidingsplaats. Hij was anios: arts niet in opleiding tot specialist. Van Elteren wilde patiënten helpen, daarom koos hij dit vak. Hij had er duidelijke ideeën over, maar kon die niet waarmaken.

"Ik wilde tijd hebben voor mijn patiënten, rustig kunnen uitleggen wat een diagnose betekent; waarom ik een bepaalde behandeling voorstel. Maar daar was vaak helemaal geen tijd voor." De werkdruk was hoog, vertelt hij. "Werkweken van minimaal 48 tot 50 uur werden in vijf dagen geperst. Eerst dacht ik: het ligt aan mij, ik moet nog veel leren. Maar ik merkte al snel dat het structureel was."

Van Elteren kreeg ook steeds minder plezier in zijn werk. "Ik was heel druk met administratie en bureaucratie. Dat kostte me misschien wel 80 procent van mijn tijd, Tijd voor patiënten schoot er steeds meer bij in. Ik was een jonge, bevlogen arts, maar ik had voor patiënten minder en minder tijd", vertelt hij.

Het leidde uiteindelijk tot de conclusie dat hij niet de arts kon zijn die hij wilde. Van Elteren stopte in 2016. Hij ging bij een biotechnologiebedrijf werken en is betrokken bij studies naar de werking van nieuwe medicijnen. "Ik ben blij dat ik nu tijd heb voor mijn gezin."

Kwart overweegt te stoppen

Van Elteren staat niet alleen in zijn keuze. Uit een vorige maand gepubliceerd onderzoek van De Jonge Specialist blijkt dat een kwart van de artsen in opleiding tot medisch specialist geregeld of zelfs vaak overweegt te stoppen. Twee jaar geleden was dat minder dan twintig procent. Driekwart van hen bespreekt hun twijfels niet met hun opleider. Een derde van de 4200 leden nam deel aan het onderzoek.

Acht procent van alle artsen in opleiding stopt daadwerkelijk met het vak. "Op dat moment hebben ze vaak al minstens tien jaar studie achter de rug", zegt Steffi Rombouts, voorzitter van De Jonge Specialist en een van de opstellers van het onderzoeksrapport. Artsen die hun opleiding afbreken vanwege de extreme werkdruk, dat is zeker in deze coronatijden het laatste wat de gezondheidszorg kan gebruiken.

Tegelijk, zo blijkt uit hetzelfde onderzoek, is bijna 100 procent van de jonge artsen bevlogen en trots op hun vak. "Een uniek hoog percentage dat we zouden moeten koesteren, maar daar slagen we niet goed in. Ondanks hun bevlogenheid wil een kwart toch stoppen. Omdat ze het gevoel hebben constant haast te hebben en te weinig tijd aan hun patiënten te kunnen besteden."

Overwerk

Behalve de hoge werkdruk zijn ook de structureel te lange werkweken voor een deel van de jonge artsen een probleem. Dat wordt nog versterkt doordat driekwart van hen daar geen compensatie in tijd of geld voor krijgt. Daarnaast toont het onderzoek aan dat het merendeel tevreden is over de opleiding maar dat de begeleiding die jonge artsen krijgen bij de patiëntenzorg beter kan.

"Uit ons onderzoek blijkt dat een deel van de jonge artsen die willen dat hun supervisor meekijkt bij een bepaalde patiënt, niet altijd supervisie krijgen als ze daarom vragen. Dat is kwalijk", zegt Rombouts. "Waarschijnlijk is ook voor medisch specialisten de werkdruk gewoon te hoog." Uit het onderzoek blijkt dat als een jonge arts om supervisie vraagt de opleider maar in 39 procent van de gevallen altijd komt.

Om die jonge artsen die zo enthousiast aan hun vak beginnen te behouden, moeten hun werkomstandigheden worden verbeterd, zegt Rombouts. "Ze moeten meer tijd krijgen voor patiëntenzorg. En er moet een eind komen aan dat structurele overwerken. Ik ben ervan overtuigd dat als we meer tijd zouden hebben, patiënten ook minder vaak terugkomen, omdat we alle vragen dan goed kunnen behandelen en echt aandacht hebben voor de patiënt. Dat zou voor iedereen voordelig zijn, ook voor de zorgverzekeraars."

STER reclame