Minister De Jonge ANP

Minister De Jonge van Volksgezondheid houdt vol dat het niet mogelijk is om eerder dan 8 januari met vaccineren te beginnen. "Uitvoeringstechnisch kan dat gewoon niet", zei De Jonge na het overleg tussen de betrokken ministers.

Alle andere landen van de Europese Unie zijn inmiddels al begonnen met inentingen. "Natuurlijk zit ik me ook te verbijten als ik die beelden zie. Dan denk ik: jongens, hadden wij ook maar in die eerste rit gezeten. Natuurlijk wil je dat."

De Jonge over eerder vaccineren:

De Jonge: eerder beginnen kon niet

Volgens De Jonge zijn veel Europese landen nog niet begonnen met grootschalige vaccinatie, maar hebben ze vooral gekozen voor een symbolische eerste prik. "En dat wilde ik bewust niet."

Met de uitvoeringstechnische problemen doelt de minister op de verpakking waarin het Pfizer/BioNTech-vaccin komt. Per doos zitten er duizend doses in en dat is handig voor grootschalige vaccinatielocaties, maar niet voor huisartsen, waar het kabinet aanvankelijk op had ingezet.

Ziekenhuispersoneel mogelijk eerder aan de beurt

Ondertussen is er nog steeds veel discussie over de vraag wie nu als eersten moeten worden ingeënt. In de eerste groep zitten in ieder geval medewerkers van verpleeghuizen. Maar het kabinet wil graag ook thuiswonende ouderen en ziekenhuispersoneel daaraan toevoegen.

De ziekenhuizen wijzen erop dat ze met steeds meer ziekteverzuim kampen onder mensen die met coronapatiënten werken. "Ik heb daar goed naar geluisterd en ik begrijp de oproep goed", zei De Jonge daarover. "Maar het wordt echt even puzzelen."

Aanstaande maandag wil De Jonge meer duidelijkheid geven over de uiteindelijke vaccinatiestrategie.

STER reclame