Twee Joodse onderduikers maakten een verzetskrantje in Nieuwlande Onderduikmuseum De Duikelaar

Aan het eind van het herdenkingsjaar 75 jaar bevrijding komt het NOS Bevrijdingsjournaal nog één keer terug met een extra lange aflevering. Met daarin de vraag hoe het een aantal hoofdrolspelers uit de Bevrijdingsjournaals van het afgelopen jaar na de oorlog is vergaan. Hoe slaagden zij erin hun leven weer op te pakken?

Een van de plekken waar het Bevrijdingsjournaal naar terugkeert is het Drentse dorp Nieuwlande, dat in 1985 een Yad Vashem-onderscheiding kreeg voor de hulp die de dorpelingen hebben geboden aan Joodse onderduikers. Zo'n 300 Joden vonden hier tijdens de oorlog een veilig heenkomen, verstopt in kelders en op zolders, verspreid over tientallen huizen. En hoewel bijna iedereen van het onderduikersnetwerk wist, sprak niemand erover.

'Koud en donker'

In deze brandhaard van verzet kregen Lou Gans (schuilnaam Herman) en Isidoor Davids (schuilnaam Peter), twee Joodse mannen uit Amsterdam, in 1944 een schuilplaats onder de preekstoel van de gereformeerde kerk. Tijdens hun onderduik maakten ze in opdracht van het verzet vervalsingen van persoonsbewijzen en andere documenten.

75 jaar na de oorlog kan Ciske Davids, zoon van Peter, zich nog steeds niet voorstellen hoe ze het in die krappe ruimte hebben volgehouden. "Het was er koud en aardedonker en ze konden er alleen zitten of liggen. Buiten kwamen ze nauwelijks en tijdens de kerkdiensten moesten ze zich doodstil houden." De mannen kregen onder de preekstoel zelfs tijdelijk gezelschap van een gedeserteerde SS'er.

Vanuit hun schuilplaats maakten ze bij kaarslicht ook het verzetskrantje De Duikelaar, met nieuwsberichten die ze opvingen via hun radio. Het krantje werd in Nieuwlande van huis tot huis doorgegeven. Later zijn ze ook cartoons gaan maken. Die werden verkocht en de opbrengst ging naar het verzet.

Blader hier door de foto's:

Eind 1944, vlak voordat de Duitsers de kruipruimte onder de preekstoel ontdekten, werden Herman en Peter door hun helpers overgebracht naar andere onderduikadressen. "Mijn vader werd gezocht in Drenthe", vertelt Mike Gans, zoon van Herman. "Hij is toen met vervalste papieren en verkleed als meisje op de fiets teruggegaan naar Amsterdam. Tot de bevrijding is hij daar doorgegaan met het vervalsen van documenten."

Na de oorlog bleek dat bijna niemand van de Joodse families van Peter en Herman nog in leven was. Ook Peters verloofde Lientje was vermoord in Auschwitz. Hij bleef na de bevrijding nog een half jaar in de buurt van Nieuwlande, waar hij mensen opving die terugkeerden uit de kampen. "Terug in Amsterdam ontdekte hij dat er vrijwel niets meer over was van zijn bezittingen, behalve een paar gebedenboeken en enkele jeugdfoto's", zegt Davids.

"Mijn vader heeft voor mij en mijn broers opgeschreven wat hij heeft meegemaakt in de oorlog", vertelt Davids. "Maar hij wilde nooit met ons praten over hoe hij het heeft ervaren, waarschijnlijk om ons er niet mee te belasten."

Mijn vader moest de gevangenis in omdat hij zijn dienstplicht niet had vervuld.

Mike Gans, zoon van onderduiker 'Herman'

Herman kreeg in 1947 een oproep voor militaire dienst, hij moest naar Nederlands-Indië. "Dat wilde hij absoluut niet en toen is hij opnieuw ondergedoken," vertelt Gans. "In 1948 besloot hij naar Israël te verhuizen. Totdat hij daar ook in dienst moest. Hij kwam met zijn vrouw terug naar Nederland waar hij een tijd lang de gevangenis in moest omdat hij zijn dienstplicht niet had vervuld."

Herman en Peter bleven na de oorlog bevriend en bezochten elkaar regelmatig met hun gezinnen. "Ze bleven elkaar tot hun dood Herman en Peter noemen, hun onderduiknamen", zegt Davids. "Vaak gingen ze samen in een hoekje zitten en dan spraken ze over de oorlog. Maar wij mochten er nooit naar vragen. Ook met mensen uit het verzet in Nieuwlande hield mijn vader contact, als kind ging ik er regelmatig logeren."

Verzetsmuseum

Sinds twee jaar heeft het dorp een klein verzetsmuseum, waar naast de Yad Vashem-onderscheiding ook een exemplaar van het verzetskrantje De Duikelaar en enkele cartoons van Peter en Herman te zien zijn.

"Ik heb me er hard voor gemaakt dat de spullen van Herman en Peter bewaard blijven in het museum", zegt Gans. Ook Davids is blij dat het museum de verzetsgeschiedenis van Nieuwlande levend houdt. "Ik realiseer me steeds meer hoe bijzonder het is wat de bevolking van Nieuwlande heeft gedaan. Ze hebben hun leven op het spel gezet om anderen, onder wie onze vaders, te redden."

STER reclame