De intensive care van het Maastricht UMC+ MUMC+

Biologische verschillen tussen mannen en vrouwen krijgen nauwelijks aandacht in de studies naar medicijnen om covid-19 te behandelen. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers van het Maastricht UMC+. Ze bekeken dertig relevante studies.

Toch zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen wel degelijk relevant. Mannen zijn kwetsbaarder voor een slecht beloop van covid-19. Dat kan betekenen dat mannen en vrouwen niet op dezelfde manier behandeld moeten worden

Bij slechts één studie werd achteraf gekeken of sekseverschillen invloed hadden op de resultaten. In dat onderzoek naar het effect van het anti-ebolamiddel remdesivir bij de behandeling van covid-19 werd een marginaal verschil gevonden. Vrouwelijke covid-19-patiënten leken iets meer baat te hebben bij remdesivir dan mannelijke patiënten, maar het verschil was statistisch niet significant.

Vrouwen waren bij de studies ondervertegenwoordigd in de onderzoekspopulatie. Van de ruim 6100 patiënten in de dertig studies uit de eerste helft van dit jaar was 41 procent vrouw. In een kwart van de studies zaten twee keer zoveel mannen als vrouwen. De Maastrichtse wetenschappers onder leiding van cardioloog in opleiding Chahinda Ghossein-Doha en internist-intensivist-epidemioloog Bas van Bussel hebben hun onderzoek gepubliceerd in EClinicalMedicine, een uitgave van The Lancet.

Spiegel voor de wetenschap

Het onderzoek naar het coronavirus, vaccins die ertegen beschermen en medicijnen tegen covid-19 vindt onder grote tijdsdruk plaats.

"Ik vind die tijdsdruk niet echt een argument", zegt Ghossein-Doha. "Het kost echt niet veel extra tijd om wel zo'n analyse naar de rol van man-vrouwverschillen te maken. De data zijn er, zo'n analyse maak je met een druk op de knop. En die knop maken is niet veel werk."

Het zou volgens Ghossein-Doha juist wel eens tijd kunnen besparen als er niet een one-size-fits-all aanpak wordt gevolgd bij studies, maar een op de doelgroep toegesneden benadering.

Kennistekort

De Maastrichtse onderzoekster vermoedt dat tekortschietende kennis over seksegebonden biologische verschillen en vooral het feit dat biomedici zich daarvan te weinig bewust zijn, verklaart dat er onvoldoende aandacht is voor man-vrouwverschillen. "Artsen moeten zich ervan bewust zijn dat bijvoorbeeld ontstekingsreacties in mannen en vrouwen verschillen", zegt ze.

Het coronavirus dringt menselijke cellen binnen via twee enzymen, ACE en TMPRS2. "ACE is zeer gevoelig voor geslachtshormonen. En geeft dus bij mannen en vrouwen andere signalen af. TMPRS2 komt zeven keer vaker voor in de prostaat dan elders in het lichaam. Bij mannen dus. Wetenschappelijk kun je er niet omheen om te onderzoeken of er interactie is tussen het geslacht en de uitkomst van die medicijnonderzoeken."

Idealiter gebeurt dat door bij het opzetten van een studie te bepalen hoeveel vrouwen en hoeveel mannen eraan moeten deelnemen om met voldoende statistische zeggingskracht conclusies te kunnen trekken over de invloed van sekseverschillen. "Misschien dat je dan iets meer tijd kwijt bent om ook voldoende vrouwelijke patiënten te vinden, maar dat is beter dan uitspraken te doen die met onvoldoende statistische power onderbouwd zijn."

STER reclame