Een deel van de Welfenschatz in het Kunstgewerbemuseum in Berlijn AFP

Het Amerikaanse Hooggerechtshof buigt zich maandag over een opmerkelijke roofkunstzaak. De hoogste rechterlijke instantie van de Verenigde Staten spreekt zich uit over het eigendom van de zogeheten Welfenschatz. Of beter gezegd: het hof spreekt zich erover uit óf Amerika zich er wel over uit mag spreken.

De Welfenschatz is een grote verzameling middeleeuwse relikwieën uit de Dom van Braunschweig die nu meer dan 200 miljoen dollar waard is. In de jaren dertig werd die door Joodse handelaren verkocht aan het naziregime. Onder druk tegen een veel te lage prijs, zeggen de nabestaanden, die nu in Amerika hun recht proberen te halen.

Dat zit zo. Buitenlandse regeringen en regeringsinstellingen kunnen normaal gesproken niet in de VS aangeklaagd worden als er geen Amerikaanse betrokkenheid bij de zaak is. Maar in de Amerikaanse wet is een uitzondering ingebouwd voor onteigening die in strijd is met het internationaal recht. Het Supreme Court zal beslissen of die uitzondering in deze zaak van toepassing is. Dat zet de deur open om de zaak door Amerikaanse rechters te laten behandelen, in plaats van door Duitse rechters.

Cadeau aan Hitler

De nabestaanden van een consortium van Joodse kunsthandelaren haalden eerder bakzeil bij de Duitse commissie die gaat over de teruggave van kunst die geroofd werd door de nazi's. De handelaren kochten de Welfenschatz in 1929 aan en verkochten die in 1935 voor ongeveer de helft van de aankoopprijs aan de deelstaat Pruisen. De aankoop was een cadeau van nazikopstuk Hermann Göring, destijds premier van Pruisen, aan Adolf Hitler.

Volgens de Duitse commissie was er sprake geweest van normale onderhandelingen en niet van een gedwongen verkoop gelieerd aan de vervolging van Joden. De prijsdaling zou te wijten zijn geweest aan de grote economische crisis van de jaren dertig. Het grootste deel van de Welfenschatz is nu te zien in Berlijn.

Kunsthandelaar Saemy Rosenberg tekende namens zichzelf en andere kunsthandelaren voor de verkoop. De objecten bevonden zich destijds in een bankkluis in Amsterdam en werden verscheept naar Berlijn. Via Amsterdam en Londen, belandde Rosenberg zelf in New York, waar hij een kunsthandel opzette. Een kleinzoon van Rosenberg is de drijvende kracht achter de huidige zaak.

Lagere Amerikaanse rechters besloten dat de VS inderdaad over de zaak mag oordelen. Maar Duitsland vocht die beslissingen aan en zo belandde de zaak bij het Amerikaanse Hooggerechtshof.

Slachtoffers van slavernij

In Amerika bestaat de vrees dat de uitspraak een doos van Pandora opent. Als het Hooggerechtshof toestaat dat soevereine staten in de VS vervolgd kunnen worden, zou het kunnen dat het in veel meer zaken gebeurt, schrijft de LA Times.

En het is mogelijk dat Amerika in andere landen wordt aangeklaagd voor zaken die Amerika z'n eigen onderdanen heeft aangedaan, vermoedde rechter Gregory Katsas uit Washington, die het oneens was met zijn collega's die oordeelden dat de VS een uitspraak in de Welfenschatz-zaak kan doen: "Stel je voor hoe de VS zou reageren als een rechtbank in Europa zou oordelen over een claim van tientallen miljarden voor verlies van eigendom door slachtoffers van Amerikaanse slavernij of systemische raciale discriminatie."

Katsas zei dat het tot diplomatieke spanningen met andere landen kan leiden als het Hooggerechtshof in het voordeel van de nabestaanden oordeelt in deze zaak. Ook de Solicitor General, de landsadvocaat van de Amerikaanse regering bij het Hooggerechtshof, wil dat de zaak wordt afgewezen. Volgens Jeffrey Wall geldt de wettelijke uitzondering niet omdat Duitsland in deze zaak bezit van eigen burgers heeft onteigend en niet van burgers van andere landen.

Advocaat Nicholas O'Donnell, die de nabestaanden bijstaat, vindt die redenering onzin: "Het staat buiten kijf dat nazi-Duitsland het internationale recht schond door eigendom te roven. Het naziregime nam Duitse Joden bescherming via de wet af vanaf het moment dat Hitler aan de macht kwam en verklaarde expliciet dat Joden niet 'Duits' waren."

STER reclame