Reuters

Gezocht: kopers voor 170 olifanten. Deze opvallende advertentie stond deze week in een Namibisch dagblad. Geplaatst door de overheid van het Afrikaanse land, die in een spagaat zit tussen de belangen van natuurbescherming en die van de lokale bevolking.

De olifanten worden geveild omdat het er in delen van het land te veel zijn. Door droogte trekken ze naar plekken waar meer water is, maar waar ze ook in conflict komen met de lokale bevolking. "Ze roven akkers leeg en maken soms slachtoffers", zegt olifantenkenner Christiaan van der Hoeven van het Wereldnatuurfonds (WNF).

Volgens cijfers van de Namibische autoriteiten is het aantal olifanten in het land sinds 1995 spectaculair gestegen: van destijds 7500 naar zo'n 24.000 vorig jaar. Het land heeft daar veel lof voor gekregen, maar vorig jaar zei Namibië dat het overwoog internationale afspraken over de handel in bedreigde dieren op te zeggen. De regering wil ook bijvoorbeeld meer jachttoerisme toestaan, het zogenoemde trophy hunting. Naar eigen zeggen zou de wildpopulatie met de opbrengsten juist beschermd worden.

Geen oplossing voor de lange termijn

Van der Hoeven vindt het slepen met honderden olifanten geen goed idee, maar hij heeft ook begrip voor het besluit om de 170 dieren van de hand te doen. Voor de lange termijn zijn er andere oplossingen nodig, benadrukt hij. "Je moet natuurgebieden met elkaar verbinden, de druk verlichten op plekken waar er te veel zijn. Zorg dat ze van plek naar plek kunnen, ook de grens over, creëer corridors."

Het lijkt erop dat Namibië strenge eisen stelt aan kopers, zeker aan buitenlandse. Die laatste moeten goedkeuring hebben van natuurbeschermingsautoriteiten in hun land. Toch is Van der Hoeven er niet helemaal gerust op: "Je wilt niet dat ze terechtkomen in een of andere achterstandswijk in China."

STER reclame