ANP

Vorig jaar, dus nog voor de coronacrisis, leefde 6,2 procent van de Nederlandse bevolking in een huishouden onder de lage-inkomensgrens. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat is net iets minder dan in 2018, toen het om 6,3 procent ging.

Die lage-inkomensgrens, vaak ook de armoedegrens genoemd, was vorig jaar 1090 euro netto voor een alleenstaande, 1530 euro voor een koppel zonder kinderen en 2080 euro voor een koppel met twee kinderen. De bedragen worden ieder jaar aangepast aan prijsstijgingen.

Ruim 1 miljoen mensen

Die 6,2 procent van de bevolking, dat zijn iets meer dan 1 miljoen mensen die onder de armoedegrens leven. Van hen leefden er 391.000 al minstens vier jaar in armoede. Dat is 2,5 procent van de bevolking.

Het CBS heeft nog geen cijfers over de armoede sinds corona. Maar verschillende organisaties die armoede bestrijden zeggen dat er sinds maart meer mensen aankloppen voor hulp.

Daling sinds 2013

In de jaren na de kredietcrisis steeg de armoede, naar 7,4 procent van de bevolking in 2013. Sindsdien daalt het armoedepercentage langzaam.

Van de mensen met werk hebben zzp'ers vaker te maken met armoede dan werknemers en zelfstandigen met personeel. In 2018 leefde 6,9 procent van de zzp'ers onder de armoedegrens, onder werknemers was dat 1,5 procent en onder zelfstandigen met personeel 3,7 procent.

Kinderen

In 2019 waren er 251.000 kinderen die opgroeien in een gezin onder de lage-inkomensgrens. Dat waren er 7000 minder dan in 2018. In 2013, ten tijde van de kredietcrisis, waren dat nog 321.000 kinderen.

STER reclame