AFP

De Franse president Macron heeft het aan de stok met de buitenlandse pers. Hij vindt dat niet-Franse journalisten een te negatief beeld geven van zijn beleid tegen moslimextremisten en terroristen.

Afgelopen donderdag nam de president hoogstpersoonlijk contact op met The New York Times. "Hij belde me op vanuit zijn paleis om zich te beklagen", schrijft columnist Ben Smith van de prestigieuze Amerikaanse krant. "Hij heeft blijkbaar een rekening te vereffenen. Hij vindt dat we vooringenomen zijn."

Macron zei tegen de journalist: "Bij de aanslagen van vijf jaar geleden stond iedereen achter ons. Nu zijn er buitenlandse kranten die schrijven dat Frankrijk racistisch en islamofoob is, en dat dát het probleem is."

Macron beschuldigde buitenlandse media er in het gesprek van "geweld te legitimeren". Wat hij daarmee precies bedoelde, zei Macron volgens Smith niet. "Zo'n beschuldiging uiten is het ergste wat je kan doen tegen de pers. Dat zouden we eerder verwachten van de Amerikaanse president."

Ingezonden brief

Het is niet de eerste keer dat Emmanuel Macron persoonlijk in actie komt tegen negatieve berichtgeving over zijn beleid. Begin deze maand schreef hij een ingezonden brief in de Britse krant Financial Times.

Ook dat ging over zijn aanpak van extremisme en ook daarin haalde Macron uit naar buitenlandse journalisten. "We hebben geen behoefte aan artikelen in de pers die ons verdelen", schreef Macron.

Hij reageerde daarmee op een kritisch artikel in de Financial Times. De correspondent in Brussel van de Britse zakenkrant, Mehreen Khan, schreef: "De oorlog van Macron tegen moslimseparatisme verdeelt Frankrijk alleen maar verder." De Britse krant verwijderde dat artikel later van de website wegens "feitelijke onjuistheden".

Macron schreef in zijn reactie: "Ik word ervan beschuldigd Franse moslims te stigmatiseren uit electorale overwegingen. Maar wij zijn niet tegen een religie, we zijn tegen fanatici en gewelddadig extremisme."

Spotprenten

Het telefoontje en de ingezonden brief komen na een serie recente aanslagen in Frankrijk. Tussen eind september en eind oktober werd het land getroffen door drie terreurdaden. In Parijs werden twee mensen neergestoken, ten noorden van de hoofdstad werd een leraar onthoofd en in Nice werden drie kerkgangers vermoord.

In reactie daarop kondigde president Macron een strenger beleid aan. Radicale moslimorganisaties worden verboden, een extremistische moskee werd gesloten en radicale imams zullen worden uitgezet. Bovendien herhaalde de president dat spotprenten van Mohammed in Frankrijk gepubliceerd mogen blijven worden.

Daarop ontstond protest in verscheidene landen met veel moslims. De Turkse president Erdogan riep op tot een boycot van Franse producten. In Bangladesh en andere landen werd gedemonstreerd tegen de Franse maatregelen.

Onbegrip

Om de onrust te sussen gaf Macron eind oktober een interview aan de Arabische televisiezender Al Jazeera. Hij zei de gevoelens van moslims "te begrijpen en respecteren".

In zijn gesprek met Smith van The New York Times zegt hij nu verbaasd te zijn over verhalen in de pers "uit landen die onze waarden delen".

Volgens Macron is dat terug te voeren op bijvoorbeeld onbegrip over hoe de Franse samenleving is georganiseerd. "De president zei dat buitenlandse media niet begrijpen hoe de Franse scheiding van kerk en staat werkt", schrijft Smith.

Multicultureel

Macron zei tegen Smith: "De Amerikaanse samenleving is er een van multiculturalisme. Religies en etniciteiten bestaan naast elkaar. Het Franse model is niet multicultureel. Het maakt me niet uit of iemand zwart, geel of wit is, katholiek of moslim. Iedereen is gewoon een Frans burger."

Maar volgens de Amerikaanse journalist zijn dat "abstracte ideologische verschillen die ver verwijderd lijken van het dagelijks leven van etnische minderheden in Frankrijk, die klagen over machtsmisbruik door de politie, gettovorming en discriminatie op de arbeidsmarkt".

STER reclame