Jaap van Dissel en Jacco Wallinga NOS

De 'gedeeltelijke lockdown' zoals die sinds woensdagavond van kracht is, kan mogelijk tot in december duren. Jaap van Dissel van het RIVM zegt tegen de NOS dat hij een langere periode verwacht "waarin de aantallen verhoogd zijn". De besmettingscijfers zullen eerst nog verder toenemen voordat een eventuele afname volgt, verwacht hij. Van Dissel houdt er daarom rekening mee dat de nieuwe coronamaatregelen niet al na vier weken versoepeld kunnen worden.

In het interview met de NOS gaan Van Dissel, hoofd infectieziektenbestrijding bij het RIVM, en Jacco Wallinga, verantwoordelijk voor de rekenmodellen, uitgebreid in op de nieuwe maatregelen. Ze vinden niet dat het kabinet eerder harde maatregelen had moeten nemen, maar vinden de stappen nu wel noodzakelijk. "In het slechtste scenario is het zo dat die eerdere maatregelen toch niet effectief blijken. Dat risico kun je gewoon niet lopen", aldus Wallinga.

De NOS sprak met hen verder over het beschermen van ouderen en over de bron- en contactonderzoeken, die nu op een laag pitje staan.

Eind september werden de eerste maatregelen afgekondigd. Nog altijd zien we het aantal besmettingen toenemen. Hoe kan dat?

Wallinga: "Wat wij hebben doorgerekend zijn de meeste extreme situaties: of het werkt wel, of het werkt niet. Wat wij zien aan de IC-opnames is dat het er waarschijnlijk tussenin ligt. Dus dat de maatregelen werken, maar niet zo goed als wij hadden verwacht. Dat is ook wat je ziet aan de mobiliteitsdata: mensen pasten hun gedrag wel aan, maar niet zoals we eerder zagen."

U noemt de IC-opnames. Er werd toch vooral gekeken naar de besmettingen?

Wallinga: "Er is vrij veel veranderd aan de testcapaciteit. Die is nu weer uitgebreid. Daardoor kun je niet zomaar een-op-een een verhoging of verlaging van het aantal positieve testen vertalen naar wat er gebeurt met besmettingen. De IC-opnames worden bijna direct doorgegeven, zonder enige rapportagevertraging. En dat is een hele stabiele indicator."

En daarin ziet u dat de maatregelen weinig effect hadden?

Wallinga: "Dat kunnen we nog steeds niet helemaal hard maken. Maar we moeten er rekening mee houden dat dat zo is. Omdat we die onzekerheid hebben, zijn extra maatregelen nodig. In het slechtste scenario is het zo dat die eerdere maatregelen toch niet effectief blijken. Als we dan pas in de loop van volgende week nieuwe maatregelen nemen, dan zijn we wel erg laat. Dat risico kun je gewoon niet lopen."

Veel kritiek was er de afgelopen weken op het late optreden van het kabinet. In de Tweede Kamer erkende premier Rutte dat de maatregelen die op advies van het OMT in september waren genomen steviger hadden gekund.

Waar de stappen van eind september vooral adviezen waren gericht op het gedrag van mensen, zijn de maatregelen die deze week werden bekendgemaakt - zoals het sluiten van horeca en een verbod op evenementen en sportwedstrijden - daar minder afhankelijk van.

Waarom heeft het OMT niet al in september een gedeeltelijke lockdown geadviseerd, maar dat pas deze week gedaan?

Wallinga: "We hebben geadviseerd om terug te gaan naar de situatie van begin juni (toen het R-getal onder de 1 was, red.). Met de geadviseerde maatregelen zou je daar ook op uitkomen. Wat je niet weet is hoe mensen daarop reageren, wat de gedragsverandering is. Dat kan je niet voorspellen, dat moet je zien. Nu dat eenmaal zo is, krijg je dus een strenger pakket maatregelen."

Maar inschatten of mensen zich aan de maatregelen gaan houden: ook dat is toch de taak van het OMT?

Wallinga: "Dat vraag ik mij af. Dat denk ik niet. Ik denk dat het OMT een biologische, medische invalshoek heeft en niet zozeer een gedragsinvalshoek. Het inschatten van draagvlak ligt denk ik veel meer bij de politiek."

Waarom is het zo ingewikkeld om te concluderen dat de huidige maatregelen, met de kennis van nu, niet beter een paar weken eerder hadden kunnen worden genomen?

Wallinga: "Wij adviseren maatregelen waarvan wij geleerd hebben dat ze effectief zijn. Hoe effectief dat precies gaat worden, kunnen wij vooraf niet inschatten. Wij hebben onze beste inschatting gegeven. Wij hadden veel steviger maatregelen kunnen adviseren, maar je weet niet hoe dat gaat uitpakken. En met de kennis van toen, was het best proportioneel wat wij eind september hebben geadviseerd."

Zijn we het zicht op het virus inmiddels kwijt?

Van Dissel: "Nee. Waarom?"

Het bron- en contactonderzoek is nog maar heel beperkt. Nog maar bij 17 procent van de besmettingen kunnen we bron van de besmetting achterhalen.

Van Dissel: "Op basis van bron- en contactonderzoek kun je heel specifieke maatregelen nemen. Als dat niet meer kan omdat de druk te hoog is, dan ga je over op meer generieke maatregelen. En dat is wat er gebeurd is. (...) In die zin is het zicht op het virus goed: we meten of het toeneemt, we meten de afgeleide parameters."

"Maar je zou natuurlijk zo snel mogelijk weer terug willen naar een situatie waarin je op specifieke brandhaarden kunt reageren. En dat is natuurlijk nu domweg minder belangrijk, omdat de verspreiding dusdanig is dat je de uitbraak met meer generieke maatregelen moet bestrijden."

In vergelijking met de eerste golf liggen er relatief minder mensen op de intensive care en ze liggen er ook iets korter. In de Tweede Kamer zei u dat we ons niet rijk moeten rekenen. Wat bedoelde u daarmee?

Van Dissel: "We weten dat in de eerste golf vooral de oudere leeftijdsgroepen in de ziekenhuizen en op de IC lagen. Ouderen zijn nu toch in zekere mate bewust van de verspreiding van het virus, en zijn zichzelf gaan isoleren. Dat maakt mede dat het aandeel jongeren groter is dan ouderen. Er is natuurlijk altijd het risico, dat zie je ook in het buitenland gebeuren, dat ouderen toch weer meer betrokken worden bij de uitbraak als het virus toeneemt bij de middelste leeftijdsgroepen. En dat zou dus kunnen betekenen dat dat een voorbode is van meer belasting in de ziekenhuizen en op de intensive cares."

Tijdens de eerste golf ging dat niet goed, het beschermen van kwetsbaren en ouderen. Hoe doen we dat nu anders?

Van Dissel: "Allereerst is er de bewustwording die daar is opgetreden, ook bij verpleeghuizen, hoe die kunnen omgaan met zieke cliënten. En verder hebben we geleerd hoe we meer bewust met testen omgaan, met de beschermingsmaatregelen, en iedereen is zich meer bewust wat de risico's zijn. En dan hoop je dat dat zich uiteindelijk vertaalt naar betere bescherming van de kwetsbaren. Ook dat ligt natuurlijk uiteindelijk ook bij iedereen zelf."

De maatregelen zijn in eerste instantie afgekondigd voor vier weken. Hoe groot is de kans dat we dan weer kunnen versoepelen?

Van Dissel: "Je wilt eerst zien dat er effect is op het aantal besmettingen, en dat we in de naar beneden gaande beweging zitten. Dat gaan we de komende weken zien. Afhankelijk van hoeveel er toch gereageerd is op de maatregelen van 28 september, gebeurt dat eerder of later. We moeten beseffen dat bij een R van 0,9 100 besmettingen ook nog leiden tot 90 nieuwe besmettingen. Je bent er nog niet meteen van af. Als je dat doorrekent, en tevens doorrekent dat er eerst nog een toename te verwachten is, dan verwacht je dat die periode waarin de aantallen verhoogd zijn langer is. Hoe lang precies, dat is gissen. We houden er rekening mee dat december ook nodig is."

Zolang er geen vaccin is, is dit de nieuwe realiteit? Een paar maanden in een gedeeltelijke lockdown, gevolgd door een paar maanden van wat meer vrijheden?

Van Dissel: "Ik vind dat moeilijk om zonder meer te kunnen beantwoorden. We hebben de afgelopen weken ontwikkelingen gezien op het gebied van testen: sneltesten, in welke vorm dan ook. Dat zal dit zeker mede gaan beïnvloeden. En je kunt je voorstellen dat restaurants, de horeca, iedereen die getroffen wordt door de maatregelen, nog beter dan de vorige keer doordenkt: hoe kan ik misschien wel voorkomen dat het toch weer toeneemt. Ik verwacht dat er daar veel innovaties zullen zijn."

STER reclame