Kim la Croix, de kleindochter van Sobibor-overlevende Jules Schelvis NOS

Vernietigingskamp Sobibor had als het aan de nazi's had gelegen voor altijd verborgen moeten blijven. Na de opstand van Joodse gevangenen in Sobibor op 14 oktober 1943, vandaag precies 77 jaar geleden, werd het Duitse vernietigingskamp met de grond gelijk gemaakt.

Er mocht geen spoor achterblijven van de grootschalige moord die daar door de nazi's was uitgevoerd op ruim 180.000 voornamelijk Joodse mannen, vrouwen en kinderen, onder wie 34.000 Joden uit Nederland.

Op het voormalige kampterrein, in het oosten van het huidige Polen, zou vandaag een nieuw museum geopend worden, maar door de coronamaatregelen is de bouw vertraagd. Ook de officiële herdenking van de opstand gaat vanwege corona niet door.

Kleindochter Jules Schelvis

Kim la Croix, kleindochter van Sobibor-overlevende Jules Schelvis, reisde naar Sobibor en maakte daar een kleine herdenking mee van de Stichting Sobibor, aangepast aan de coronamaatregelen. Twintig jaar geleden maakte ze dezelfde reis samen met haar opa. Het is de eerste keer sinds zijn overlijden in 2016 dat ze terug is op de plek die zijn leven heeft bepaald.

La Croix vertelt hoe het oorlogsverleden van haar opa doorwerkt in generaties na hem:

Kleindochter Jules Schelvis: 'Mijn opa's strijdbaarheid geeft mij kracht en moed'

Veel van wat we nu weten over het vernietigingskamp is te danken aan Kims opa. Schelvis was een van de slechts 18 Nederlandse Joden die het kamp overleefden. Na zijn pensioen in de jaren 80 vertelde hij voor het eerst publiekelijk zijn verhaal en vanaf dat moment wijdde hij de rest van zijn leven aan het boven tafel halen van zo veel mogelijk informatie over Sobibor.

Kim blikt op het verlaten terrein uitgebreid terug op de invloed die de oorlogservaringen van haar opa hebben gehad op haar leven en dat van haar vader. "Als iemand die zo dicht bij je staat dit soort gruwelijke dingen heeft meegemaakt, is het heel moeilijk om te geloven dat mensen goed zijn", vertelt Kim. "Of dat het niet nog een keer kan gebeuren."

Voor Kim speelde de oorlog altijd een grote rol in haar leven. Ze luisterde veel naar de verhalen van haar opa. Hij verloor in juni 1943 in Sobibor zijn vrouw Rachel en zijn schoonfamilie. Ze werden direct na aankomst in het kamp vergast. Schelvis, destijds 22 jaar, kreeg toestemming om zich aan te sluiten bij een groep mannen die werd overgeplaatst naar een werkkamp. Dat bleek zijn redding.

Schelvis overleefde in totaal zeven nazi-kampen en kwam na de oorlog alleen, en zonder een cent, terug in Amsterdam. Hij sprak niet over zijn vreselijke kampervaringen, bouwde een nieuw leven op, hertrouwde en kreeg twee kinderen. Pas op late leeftijd schreef en vertelde hij over zijn ervaringen, omdat hij vond dat de verschrikkingen van Sobibor niet vergeten mochten worden.

Angst is besmettelijk, dus ik werd daar ook angstig van.

Kim la Croix, kleindochter Jules Schelvis

Kim verbaast zich erover dat haar opa vaak met afstand sprak over wat hij had meegemaakt. "Hij moet doodsbang geweest zijn, en ik verzon zijn angst er zelf bij", zegt ze. Haar vader was juist zijn leven lang heel bang en vaak in de war. "Angst is besmettelijk, dus ik werd daar ook angstig van." Ze begreep als kind niets van zijn vreemde gedrag. In zijn platenzaak schreeuwde haar vader soms Duitse klanten de winkel uit.

"Gelukkig heb ik door therapie dingen verwerkt, waardoor ik nu niet meer elke dag aan de oorlog moet denken. Maar ik heb er al bijna mijn hele leven wel dagelijks aan moeten denken."

Ze bewondert haar opa, die tot aan zijn dood onvermoeibaar bleef vertellen over Sobibor. "Mijn opa is een voorbeeld voor mij. Dat hij na zo'n trauma verder kon gaan met zijn leven, geeft mij moed en kracht", zegt Kim. "Hij heeft het kunnen omzetten in strijdbaarheid om iedereen te laten weten wat er is gebeurd."

Jules Schelvis en zijn kleindochter Kim Bert Nienhuis

STER reclame