NOS/Jeroen van Eijndhoven

Het Zorginstituut Nederland gaat bij de advisering over opname van nieuwe behandelingen in de basisverzekering strenger selecteren. Bovendien gaat het nadrukkelijker kijken welke zorg die al onder de basisverzekering valt daar weer uit moet worden gehaald omdat die te weinig effectief is.

Om duidelijk te maken dat het menens is met deze strakkere aanpak komt het Zorginstituut vandaag met drie adviezen over dure medicijnen en een standpunt over een dure behandeling. Voor zover de middelen in aanmerking komen voor vergoeding, gelden daarvoor strikte voorwaarden.

Deze nieuwe werkwijze moet de oplopende zorguitgaven in toom houden. Die stijgen door de vergrijzing en door het beschikbaar komen van nieuwe, vaak dure, behandelingen en medicijnen. Ook de inflatie en de loonstijging van medisch personeel dragen bij aan het oplopen van de zorguitgaven.

Kankermedicijnen

Twee van de drie adviezen aan minister Van Ark voor Medische Zorg gaan over kankermedicijnen. Een dure combinatietherapie komt als het Zorginstituut zijn zin krijgt niet in het verzekerde pakket. Het gaat om de combinatie van de immuuntherapie avelumab, dat het eigen immuunsysteem activeert, en het middel axitinib, dat de groei van kankercellen afremt. Er is niet genoeg wetenschappelijk bewijs dat de combinatie van deze beide middelen leidt tot algehele overlevingswinst.

Concurrentiestrijd

De Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie kan leven met het advies van het Zorginstituut. "Onze beroepsgroep keurt deze combinatietherapie wel goed", zegt NVMO-voorzitter Haiko Bloemendal, zelf werkzaam in het Radboudumc in Nijmegen, "maar we hebben inderdaad nog geen gegevens over algehele overlevingswinst."

Voor de oncologen is het belangrijk dat er een vergelijkbaar combinatiemiddel wel in het verzekerde pakket zit. Dat middel is pembroluzimab, ook een immuuntherapie, met axitinib.

"Door dit middel in de wacht te zetten onthouden we de patiënten dus niet echt iets. Maar je kunt je voorstellen dat als je het wel toelaat, er concurrentiestrijd ontstaat tussen beide dure geneesmiddelen. Dat zou gunstig kunnen uitpakken."

Ingewikkeld spel

Bloemendal is ook tevreden over het advies om een andere combinatietherapie voor behandeling van hormoongevoelige borstkanker (HER2-positieve borstkanker) wel in de basisverzekering op te nemen .

"Dit is een goede behandeling volgens de huidige stand van wetenschap en praktijk", zegt Bloemendal. "Dat we vervolgens in een ingewikkeld spel van prijsonderhandelingen belanden, het zij zo. Wij gaan niet over de financiën, maar laten we wel wezen: als het spul een euro zou kosten was het makkelijk."

Het Zorginstituut adviseert de minister om de therapie in de basisverzekering op te nemen, maar pas nadat de gemiddelde prijs van ruim 64.000 euro per patiënt verlaagd is. Opname ervan in de basisverzekering leidt jaarlijks volgens het Zorginstituut tot ruim 16 miljoen euro aan extra uitgaven. Elk jaar komen ruim vierhonderd vrouwen en enkele mannen in aanmerking voor de behandeling.

Neusspray voor depressies

Het Zorginstituut adviseert verder om de neusspray esketamine voor patiënten die lijden aan ernstige depressies en bij wie andere behandelingen niet helpen, ook in het basispakket op te nemen.

Het middel moet dan gebruikt worden - en daarin volgt het Zorginstituut de psychiaters - als eventuele vierde stap in een behandeling.

Bovendien wil het Zorginstituut dat de minister ook voor dit middel - dat meer dan 10.000 euro per patiënt per jaar kost - prijsonderhandelingen begint. Als de neusspray in de basisverzekering komt leidt dat jaarlijks tot bijna 16 miljoen euro aan extra uitgaven.

Kunsthartklep

Het inbrengen van een kunsthartklep via de lies wordt vanaf nu vergoed voor patiënten die een hoog risico op ernstige complicaties of overlijden lopen bij een openhartoperatie. Die zogeheten TAVI-operatie was al verzekerd voor patiënten die geen openhartoperatie kunnen ondergaan.

Voor patiënten met een laag of gemiddeld risico bij een openhartoperatie wordt de ingreep niet vergoed. Eerst moet blijken of TAVI-kunstkleppen ook op langere termijn blijven voldoen. Verder moet duidelijk worden waarom meer patiënten een pacemaker nodig hebben na een TAVI-ingreep dan na een openhartoperatie waarbij een kunstklep is geplaatst.

Omdat de TAVI-operatie 15.000 euro duurder is dan een openhartoperatie hebben de verenigingen van cardiologen en thoraxchirurgen samen met het Zorginstituut een document opgesteld om makkelijker te kunnen vaststellen welke patiënten in de hoogrisicogroep thuis horen.

STER reclame