Premier Rutte ANP

Het kabinet komt morgen met de uitwerking van een omstreden belastingkorting voor het bedrijfsleven. De zogeheten Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) was een van de grootste verrassingen op Prinsjesdag.

De linkse oppositie kwam woorden tekort om de nieuwe regeling af te schieten. Het zou een afscheidscadeau zijn voor de afzwaaiende werkgeversvoorman Hans de Boer. Het kabinet noemt het juist een cruciale regeling om de investeringen in de crisis op peil te houden. Grote vraag blijft: wat houdt die BIK nu eigenlijk precies in?

Daarover moet dus morgen meer duidelijk worden. Want behalve dat er 2 miljard euro voor is uitgetrokken, is nu nog weinig bekend over de invulling van het plan. "Details van de regeling worden nog verder uitgewerkt", schreef het kabinet in een begeleidend bericht bij het belastingplan.

Waar al wel iets over te zeggen valt, is de gedachte achter de belastingkorting. Door de coronacrisis zijn de investeringen van het bedrijfsleven teruggelopen, dus wil het kabinet de investeringsstroom met de BIK weer wat aanzwengelen. Investeringen zijn nodig om de economie aan te jagen en leveren, zo redeneert het kabinet, banen op.

"Als bedrijven een investering doen, zoals de aankoop van een nieuwe machine, krijgen ze een korting die ze kunnen verrekenen via de loonheffing", schrijft het kabinet.

Doemscenario

Veel van de kritiek op de maatregel richt zich op het risico van de herhaling van eerder gemaakte fouten. Want in de jaren 80 kende Nederland ook een subsidie voor investeringen via de belastingen. Daarbij ging toen veel mis.

In de berekeningen bij de Miljoenennota waarschuwde het Centraal Planbureau niet in dezelfde valkuilen te stappen als destijds werd gedaan bij de Wet investeringsrekening: "De WIR werd vanwege een te hoge mate van oneigenlijk gebruik in 1988 afgeschaft."

Omdat er nauwelijks criteria waren werkte de investeringsregeling als een strooppot voor hongerige vliegen. Beleggers streken geld op voor onroerendgoedprojecten en zelfs gemeenten wisten via slimme constructies de subsidiepot te vinden voor de koop van een nieuwe brandweerauto.

De totale kosten: ongeveer 50 miljard gulden in tien jaar en een hoofdpijndossier voor opeenvolgende ministers van Financiën. "Het was een budgettaire ramp", herinnert oud-minister van Financiën Onno Ruding zich. "Iedereen was het eens over het afschaffen."

Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Het zou goed zijn als het kabinet nu een les uit het verleden trekt.

Onno Ruding, oud-minister van Financiën

Zijn ervaring met de WIR is ook de reden dat Ruding kritisch is op de BIK. "Het zit heel dicht bij elkaar. Dat maakt bezorgd", zegt de CDA'er. "Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Het zou goed zijn als het kabinet nu een les uit het verleden trekt."

Ruding benadrukt dat hij liever een alternatief zou zien om de investeringen te ondersteunen. "Waarom niet via versnelde afschrijving op investeringen in de vennootschapsbelasting?"

Ook EY-fiscalist Ben Kiekebeld moest aan de WIR denken toen hij de nieuwe plannen zag. Toch is hij minder negatief. "We weten nog te weinig om positief of negatief te zijn", zegt Kiekebeld. "Het is echt nog te vroeg om te zeggen dat het een nieuw WIR-debacle gaat worden."

Bovendien zijn er volgens de fiscalist ook investeringsregelingen die wel goed werken. Als voorbeeld geeft hij de steunregeling voor bedrijven die extra geld steken in hun onderzoeksafdelingen. "De uiteindelijke criteria bepalen of de regeling gaat werken."

'Lessen geleerd'

Het kabinet heeft zich rekenschap gegeven van wat er mis is gegaan in de jaren 80. "Bij de vormgeving van de BIK houdt het kabinet rekening met de van de WIR geleerde lessen", schreef staatssecretaris Vijlbrief van Financiën vorige week dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Zo kan een onderneming de regeling alleen inzetten voor de aanschaf van niet eerder gebruikte bedrijfsmiddelen, zoals nieuwe machines. Die middelen moeten bovendien volledig betaald zijn, en binnen een half jaar na de investering ook echt in gebruik zijn genomen. Ook zijn de uitgaven aan de voorkant beperkt tot twee keer 2 miljard euro per jaar.

Door de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland en de Belastingdienst bij de uitwerking te betrekken, hoopt de staatssecretaris bovendien problemen bij de uitvoering van de regeling te voorkomen. Zo zegt Vijlbrief dat de belastingsteun zo veel mogelijk zal aansluiten op bestaande regels.

STER reclame