Van de hoogopgeleide werknemers die een andere baan zoeken, doet meer dan een kwart dat vanwege een slechte relatie met zijn of haar leidinggevende of het management. Dat komt naar voren uit een onderzoek van het online platform Intermediair onder 5000 hoogopgeleiden. Mannen noemen een slechte relatie met leidinggevenden aanzienlijk vaker als motief dan vrouwen.

Een op de zes hoogopgeleiden ervaart een angstcultuur op het werk. Vooral hiërarchische organisaties zijn hier vatbaar voor, stelt organisatiepsycholoog Roy Sijbom in Intermediair. Hoe hiërarchischer de organisatie, hoe groter de kans op een angstcultuur, zegt hij. "Werknemers worden dan bijvoorbeeld angstig om hun onvrede te uiten of fouten aan te stippen, omdat ze bij hun beoordeling afhankelijk zijn van één persoon."

Sommigen gaan dagelijks stijf van de stress naar hun werk en noemen hun leidinggevende onvoorspelbaar: wat de ene dag goed is, is de andere dag fout.

Leuk werk en leuke collega's

Een slechte relatie met hoger geplaatsten is overigens niet de vaakst genoemde reden om actief op zoek te gaan naar een andere baan. 41 procent noemt onvoldoende doorgroeimogelijkheden, 40 procent noemt de inhoud van het werk als motief. De helft van de werkzoekende hoogopgeleiden noemt het werk niet uitdagend of leuk genoeg.

Leuk werk is de belangrijkste reden om bij een werkgevers te blijven: 60 procent noemt dit als motief. Voor iets meer dan de helft speelt een belangrijke rol dat ze vinden dat ze leuke collega's hebben, en voor net zoveel mensen dat de werk-privébalans goed is. Voor 41 procent is het inkomen een belangrijke reden om te blijven.

Zoals elk jaar onderzocht Intermediair ook waar hoogopgeleiden het liefst willen werken. In de top vijf van werkgevers staan achtereenvolgens Shell, KLM, Google, Philips en de NS. Vorig jaar stond Shell nog op plek vier en KLM op de eerste plek.

STER reclame