José Fernando Bartolomé met een foto van zijn opa en vader NOS / Rop Zoutberg

José Fernando Bartolomé stond zeker veertig jaar achter de toonbank van zijn hammenwinkel in het centrum van Madrid. De zaak ligt in de Calle de la Sal die Puerta del Sol met Plaza Mayor verbindt. Een toplocatie, waar dagelijks duizenden bezoekers aan de hoofdstad voorbij kwamen. Het kon niet beter. Maar toen kwam de pandemie.

"Er zijn dagen dat we net twintig euro verdienen", vertelt Bartolomé. De eerste moeizame periode van de crisis leek aanvankelijk voorbij. Met het einde van de eerste lockdown gingen vliegvelden voorzichtig open en kwam het toerisme weer op gang. Daarna kwam de volgende klap: veel Europese landen zetten Spanje op code oranje. Hier en daar zit een enkeling op het terrasje van Plaza Mayor. Calle de la Sal is verlaten.

Oudste van de stad

De hammenzaak van Bartolomé is de oudste van de stad. Al in 1837 ging er de eerste jamón ibérico van het mes. Zijn opa stond begin van de vorige eeuw achter de toonbank en maakte de komst van de republiek mee. Daarna volgden de burgeroorlog en de dictatuur. De zaak overleefde alles, zegt Bartolomé. Al zal corona vermoedelijk de doodsteek zijn.

Bartolomé denkt dat zijn winkel de winter niet gaat overleven:

'Het centrum van Madrid is een woestijn geworden, er komt niemand meer'

"We overleggen met de eigenaar van het pand over de betaling van de huur", zegt hij. "Deze zaak is mijn leven. Maar ik heb nu geen idee hoe ik hier nog uitkom. In een normale economie kun je het als ondernemer goed of slecht doen. Maar in het geval van corona heb ik niet de schuld dat alles misloopt."

Enorme krimp

Geen van de EU-landen krijgt door de coronapandemie zulke harde dreunen als Spanje. Door de lange lockdown, het totaal mislukte toeristenseizoen en nieuwe oplevingen van het virus krimpt de economie dit jaar met dertien procent.

De economische malaise wordt goed zichtbaar. In de straten rond de hammenzaak van Bartolomé staan tientallen winkels al te koop of te huur.

"Het centrum van Madrid is een woestijn geworden. Er komt niemand meer." Bartolomé loopt zijn zaak in, waar hij naast hammen ook wijn, noga en saffraan verkoopt. Even later laat hij een zwart-witfoto zien van betere tijden, met zijn vader en opa bij de toonbank van de jamonería. Dan komen de tranen.

"Natuurlijk voel ik me schuldig", mompelt hij van achter zijn mondkapje. "Als zij het konden redden, waarom dan ik niet? Ik heb nog een beetje kracht. Maar het is niet veel meer."

De vrees van de detailhandel is dat door het virus een op de vier bedrijven dit najaar de deuren sluit.

STER reclame