ANP

Kan iedereen die positief test op corona anderen besmetten? Of draagt een deel van de mensen zo weinig virus bij zich dat dat praktisch onmogelijk wordt? Naar die prangende vragen wordt wereldwijd onderzoek gedaan. In Nederland start het Erasmus MC nu samen met de GGD's een onderzoek om daar meer zicht op te krijgen.

Internationaal is discussie over de tests die moeten vaststellen of iemand corona heeft. Zo waarschuwen bijvoorbeeld wetenschappers van de universiteit van Oxford dat een deel van de mensen die positief test niet meer in staat is om anderen te infecteren. Het gaat dan over de zogeheten PCR-test die vaststelt of er genetisch materiaal van het virus aanwezig is in monsters uit bijvoorbeeld de neus en keel.

Hoogleraar virologie Marion Koopmans en medisch moleculair microbioloog Richard Molenkamp van het Erasmus MC onderzoeken nu of er een verband bestaat tussen de hoeveelheden virus die in zulke tests worden aangetroffen en of mensen al dan niet betrokken zijn bij een cluster van besmettingen.

De gouden standaard

Als een deel van de positief geteste mensen niet besmettelijk blijkt, kan dat grote gevolgen hebben. Hoe meer positieve uitslagen in de teststraat, hoe meer bron- en contactonderzoeken de overbelaste GGD's moeten starten. En hoe meer mensen thuis moeten blijven.

"De GGD volgt nu iedereen op die positief test, maar misschien kun je het bron- en contactonderzoek beter richten op mensen die het virus het vaakst verspreiden", zegt Koopmans. Inschatten hoeveel procent van de positief geteste mensen nu niet besmettelijk is, is volgens de viroloog lastig.

Koopmans noemt de PCR-test de gouden standaard omdat het de gevoeligste test is om het virus op te sporen. Maar die gevoeligheid heeft een keerzijde: mensen kunnen weken na een infectie nog restjes genetisch materiaal bij zich dragen terwijl ze geen intacte virusdeeltjes meer in hun lichaam hebben waarmee ze anderen kunnen infecteren.

Virus verdubbelen

De PCR-test geeft dus geen uitsluitsel over besmettelijkheid. Dat werkt zo: in het lab wordt het genetisch materiaal uit het wattenstaafje zo'n 40 keer verdubbeld. Daardoor kan het testapparaat vaststellen of er erfelijk materiaal van dit specifieke coronavirus in het monster aanwezig is.

Als de test positief is, dan rapporteren de meeste testapparaten een zogeheten Cycle threshold-waarde. Die Ct-waarde geeft aan na hoeveel keer verdubbelen duidelijk werd dat er erfelijk materiaal van het coronavirus is aangetroffen. Hoe minder virus er in het monster zat, hoe meer verdubbelingen daarvoor nodig zijn en hoe hoger de Ct-waarde wordt. Een Ct-waarde van 15 duidt dus op meer virus dan een Ct-waarde van 37.

Vraag is nu of er een Ct-waarde bestaat waarbij mensen nog zó weinig virusmateriaal bij zich dragen dat ze anderen niet meer kunnen besmetten. "Er is veel behoefte aan een veilige drempelwaarde", vertelt Koopmans. "Stel je zegt: vanaf de Ct-waarde 35 ben je niet besmettelijk, dan hoeft de GGD die mensen niet te volgen."

Geen harde garanties

"Tot nu toe zijn we druk geweest met opschalen en we komen nu pas toe aan het onderzoeken van die Ct-waarden", zegt Ann Vossen, voorzitter van de Nederlandse vereniging voor medische microbiologie. Arts-microbiologen die aan de ziekenhuizen verbonden zijn analyseren het grootste deel van de tests die de GGD's afnemen. Ook Vossen wil weten hoeveel tests er nèt positief zijn. "Het lijkt mij de moeite om te onderzoeken wat dat betekent voor de besmettelijkheid."

In de praktijk blijkt het lastig om een drempelwaarde vast te stellen. "We zien bijvoorbeeld mensen met lage Ct-waarden en weinig klachten. Zij hebben veel virus bij zich, maar verspreiden het mogelijk minder omdat ze minder klachten hebben", zegt Koopmans.

Zo zijn er meer kanttekeningen. "Stel dat iemand positief test maar weinig virus bij zich heeft, dan weet je niet of iemand twee dagen daarvoor nog wél veel virus had en anderen kon besmetten", zegt Vossen. "De hoeveelheid virus is niet statisch." Daarnaast moet je volgens Vossen eigenlijk ook naar andere factoren kijken zoals de eerste dag waarop iemand klachten kreeg, de ernst van de klachten en de mate waarin het virus in de regio circuleert.

Ondanks de kanttekeningen proberen Koopmans en Molenkamp een drempelwaarde vast te stellen, mede omdat er geen nationale en internationale richtlijnen bestaan.

Zo'n drempelwaarde zou geen harde garanties bieden, benadrukt Molenkamp. "Je kunt dan alleen zeggen: boven deze Ct-waarde is de kans groot dat iemand niet besmettelijk is. Je kunt daar beleid op maken en het risico voor lief nemen dat je af een toe een besmettelijke persoon mist, maar dat is dan aan de beleidsmakers."

STER reclame