Na een flinke stijging van het aantal besmettingen deze zomer, lijkt de situatie nu al een aantal weken stabiel. Bij het RIVM benadrukken ze vooral dat het virus veel beter in beeld is dan in het voorjaar. Toch wagen ze zich niet aan een voorspelling voor het najaar.

"Er is niet een soort natuurwet die voorspelt dat er een enorme golf op ons af gaat komen. Dat hebben we zelf in de hand", zeggen hoofd infectieziektebestrijding van het RIVM Jaap van Dissel en Jacco Wallinga, verantwoordelijk voor de rekenmodellen.

De NOS sprak met hen over verdere versoepelingen voor jongeren en over mondkapjes voor personeel in verpleeghuizen, die er uiteindelijk toch gaan komen.

Zodra het ijs gaat kraken moet je een stap terug doen, zeiden jullie in juni. Heeft het ijs gekraakt?

Wallinga: "Dat denk ik wel. Als het R-getal boven de 1 komt, dan kraakt het ijs. Het heeft toch best wel even boven de 1 gehangen. Dan kraakt het ijs en doe je een stap terug."

Welke stap terug hebben we gedaan?

Wallinga: "Als je thuis nu een verjaardagsfeest geeft, mag je nog maar zes mensen uitnodigen op je feest. Dus dat is de stap terug. Maar ik kan me ook voorstellen dat mensen hun gedrag aanpassen als er persconferenties zijn."

Kraakt het ijs nog steeds?

Wallinga: "Dat weet ik niet. Als het R-getal duidelijk boven de 1 is, dan kraakt het. Het is nu ongeveer 1. Je zou kunnen zeggen: het kraakt niet, maar het houdt ook niet over. We staan nu op heel dun ijs. Het zou fijn zijn als er weer een paar nachtjes vorst overheen gaan."

Jullie stellen dat besmettingen vooral thuis gebeuren. Maar bij 70 procent van de besmettingen kennen we de bron helemaal niet. Kunnen we dat wel concluderen?

Wallinga: "Dat is wat je concludeert uit de gegevens die je wel hebt. Je kunt weinig zeggen over de dingen die je niet ziet. We gaan uit van het patroon dat we zien bij degene waarvan we de bron wel weten. Anders moet je zeggen: we weten het niet totdat we alles hebben gemeten. "

Jullie zeiden eerder: als het bron- en contactonderzoek goed werkt, kan dat veel verschil maken om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Werkt het nu goed?

Van Dissel: "Jacco heeft uitgerekend dat bron- en contactonderzoek in staat is de R met 0,2 of 0,3 omlaag te brengen. Dat is het effect. Dat die nu op de 1 zit, kan betekenen dat het bron- en contactonderzoek op dit moment heel effectief is, en dat we zonder dat onderzoek, vanwege ons gedrag en de versoepelingen, op een R zouden uitkomen die ruim boven de 1 zou zitten. Dat kunnen we niet apart bepalen.

"Ongetwijfeld kan het beter. We vinden het onderzoek nog te lang duren. Op het moment dat we contacten identificeren, en hen laten weten dat ze contact zijn, blijkt dat een groot deel al klachten heeft. Dat betekent dat ze de kans hebben gehad om weer nieuwe contacten aan te steken."

Hugo de Jonge had het voor de zomer over het uittrappen van brandjes. Er zijn nog altijd honderden brandhaardjes (clusters) in Nederland. Kunnen we concluderen dat we die ambitie in Nederland niet kunnen waarmaken?

Van Dissel: "Ik denk eerlijk gezegd het tegenovergestelde. Juist het feit dat we nu toch bij zo'n relatief groot aantal - en dat is overigens niet heel anders dan in het buitenland - in staat zijn om die clusters vast te stellen is juist positief. Dat maakt dat je gericht kunt ingrijpen."

"In dit stadium van de uitbraak is dit eigenlijk wat je verwacht. Dat je meerdere kleine uitbraakjes krijgt, en dat je die gaat beheersen. En dan komt er ergens toch weer een uitbraakje. Dat komt natuurlijk toch omdat we open verbindingen met het buitenland hebben. Dat is ook het beeld dat je ziet in landen als Zuid-Korea, of in Tokio. Dus eigenlijk is dit het beeld dat naar voren komt in landen die een heleboel op orde hebben, en nu moeten omgaan met een uitbraak die nog niet met vaccin te bestrijden is."

Dat het aantal ziekenhuisopnames de afgelopen tijd laag is gebleven komt volgens de wetenschappers van het RIVM doordat het virus vooral rond gaat onder jongere mensen met veel contacten, en minder onder kwetsbare ouderen. "Dat was in maart waarschijnlijk ook al zo, maar toen hadden we daar gewoon geen zicht op", concludeert Van Dissel. Pas vanaf 1 juni kon iedereen getest worden en kwamen mensen onder de veertig meer in beeld.

Dus het gaat niet harder rond onder jongeren dan tijdens de eerste golf, we zien het alleen beter?

Van Dissel: "Ja, ik vermoed dat dat waar is. Omdat als we naar de serologische data (bloedonderzoek om te zien of iemand het virus gehad heeft, red) kijken dan zie je dat ook de jongere mensen in de beginperiode antistoffen hebben ontwikkeld. Maar dat hebben ze gedaan onder de medische radar, ze werden maar zelden in het ziekenhuis opgenomen"

Wat is er dan op tegen om de maatregelen onder jongeren nu verder te versoepelen?

Van Dissel: "Twee dingen: Onder de twintig, of beter de zestien, zien we in de serologische data dat het aantal besmettingen ook duidelijk lager is. Dat zou kunnen betekenen dat die groep minder bevattelijk is of minder reageert op het virus. Dat is belangrijk, dat heeft ook geleid tot ons advies met betrekking tot social distancing in die groep. Om wat voor reden dan ook, want dat begrijpen we nog niet."

"Wat het cafébezoek van twintiger en dertigers betreft: we hebben dat al versoepeld. Maar wat je helaas niet weet, daarom zijn we daar voorzichtig mee, wat er gebeurt als je dat helemaal zou loslaten. Dan kan het best zijn dat het in die groep zoveel toeneemt, dat het ook weer in de andere groepen gaat toenemen."

Wat verwachten jullie van het najaar?

Wallinga: "Dat weten wij niet. Wat we eerder hebben gezegd over een tweede golf: we doen er alles aan om te zorgen dat die zo klein mogelijk is. We weten van infectieziekten nou eenmaal dat als ze komen, ze vaak in golven komen. Dat hoort er nu eenmaal bij. Maar er is niet een soort natuurwet die voorspelt dat er een enorme golf op ons af gaat komen. Dat hebben we zelf in de hand. Bepalend is het gedrag van de mensen: hoe iedereen zich aan de genomen maatregelen houdt."

Dus voor hetzelfde geld komt de tweede golf niet, en blijft het aantal besmettingen op dit niveau

Wallinga: "Dat zou kunnen."

Omdat onderzoekers constateerden dat in verpleeghuizen klachten vaak niet opgemerkt worden door het personeel, heeft het OMT deze week geadviseerd mondkapjes breed te gaan gebruiken in verpleeghuizen als er in een regio veel besmettingen zijn. Nu worden mondkapjes alleen gebruikt op afdelingen bij ouderen die vermoedelijk covid-19 hebben.

Eerder hadden jullie grote twijfels over het nut van mondkapjes in verpleeghuizen bij mensen die geen klachten hebben. Wat is er veranderd?

Van Dissel: "Op basis van dit onderzoek realiseren we ons dat in verpleeghuizen altijd zo'n driekwart psychogeriatrische problemen heeft. Dat betekent dat de mate waarin je de personen kan instrueren een groot probleem is gebleken. En het tweede wat naar voren kwam, is dat het personeel moeite bleek te hebben eigen klachten te herkennen als covid-klachten. Waardoor je het gebruikelijke systeem van strikte triage - dat je bij klachten niet komt werken - minder goed kan hanteren."

Het is toch logisch dat demente personen niet goed kunnen aangeven dat ze klachten hebben? Waarom is er niet in april geconstateerd dat het slim is om bij een uitbraak in een verpleeghuis iedereen mondkapjes te laten dragen?

Van Dissel: "Ik weet niet of dat een vraag is die je alleen aan ons moet stellen. Maar de essentie is dat het onderzocht is. Dat het is onderzocht naar aanleiding van uitbraken, dat lijkt me helemaal geen slechte gang van zaken."

Het verplegend personeel heeft hier lang om gevraagd. Kunnen we constateren dat met de kennis van nu het in het voorjaar liever anders hadden gedaan?

Van Dissel: "Evaluaties moeten plaatsvinden. En dat zal ongetwijfeld ook op dit onderdeel gebeuren. Het moet ook nog maar blijken dat alle maatregelen de gewenste effecten hebben. Dat kunnen we op voorhand ook niet zeggen."

STER reclame