NOS

De Zweedse premier Stefan Löfven heeft de eerste fabriek ter wereld geopend waar staal gemaakt wordt met behulp van waterstof in plaats van kolen. Dat gebeurde in Lulea, in het uiterste noorden op de grens met Finland. Over 20 jaar wil Zweden alleen nog maar duurzaam staal produceren.

Het gaat om een proeffabriek van het Zweeds-Finse staalbedrijf SSAB, de ijzerertsproducent LKAB en het energiebedrijf Vattenfall. Normaal wordt staal geproduceerd met ijzererts en cokes gemaakt uit steenkool. Hierbij komen grote hoeveelheden CO2 vrij die bijdragen aan klimaatverandering. De waterstof die gebruikt wordt in de Zweedse staalfabriek wordt gemaakt met behulp van duurzame elektriciteit uit onder meer waterkracht.

De overgang van kolen naar waterstof bij de productie van staal zal op termijn de CO2-uitstoot in Zweden met tien procent terugbrengen, is de verwachting. De regering spreekt daarom van een historische dag.

In Nederland stoot staalproducent Tata in IJmuiden na de kolencentrales van RWE in Delfzijl en die van Uniper op de Maasvlakte de meeste CO2 uit. Het gaat om twee keer zo veel CO2 als alle huishoudens bij elkaar volgens het klimaatakkoord minder moeten uitstoten in de komende tien jaar. De kolencentrales moeten voor 2030 allemaal dicht, maar de staalfabriek van Tata mag van het kabinet open blijven.

anp

De ontwikkelingen in Zweden worden bij Tata Steel - het vroegere Hoogovens - met belangstelling gevolgd. "Ik vind het fantastisch dat er op deze manier gewerkt wordt aan CO2-vermindering en we kijken hier met interesse naar omdat wij in IJmuiden op lange termijn ook over willen schakelen op waterstof", zegt Annemarie Manger, duurzaamheidsmanager bij Tata Steel. Het bedrijf werkt samen met chemiebedrijf Nouryon en het Havenbedrijf Amsterdam aan een waterstoffabriek van 100 megawatt. Dat is groter dan wat er tot nu toe in Nederland staat, maar levert maar een fractie van de energiebehoefte van Tata.

Daarom denkt Tata niet dat waterstof op korte termijn een grote rol gaat spelen in IJmuiden. Waterstof is alleen duurzaam als het opgewekt wordt met duurzame elektriciteit. "In het geval van Tata Steel zou dat betekenen dat we de elektriciteit van ongeveer alle windparken op zee nodig hebben die op dit moment voor de Nederlandse kust worden aangelegd", zegt Manger. Bovendien is steenkool op dit moment niet alleen brandstof voor het verhittingsproces in de hoogovens, maar zorgt oxidatie van de cokes ook voor de chemische verbinding die ijzererts tot staal maakt.

Voorlopig wil Tata daarom de uitstoot van CO2 verminderen met behulp van CCS, de Engelse afkorting voor het afvangen en opslaan van CO2. De CO2 wordt dan afgevangen bij de schorsteen en via leidingen afgevoerd naar lege aardgasvelden onder de Noordzee. De komende tien jaar moet deze techniek bij het staalbedrijf de CO2-uitstoot terugbrengen van 12 naar 8 miljoen ton. In het klimaatakkoord heeft het kabinet subsidie beschikbaar gesteld voor CCS, tot woede van onder meer Greenpeace, die het een geldverspillende vertraging van de energietransitie vindt.

Onderzoeksbureau CE Delft heeft in opdracht van het Europees Parlement onderzoek gedaan naar onder meer het gebruik van waterstof in de industrie. "Binnen Europa is er heel veel mogelijk, zeker als er belasting geheven wordt op minder schone producten die geïmporteerd worden van buiten de EU. Maar het is nog heel duur", zegt directeur Frans Rooijers.

"Je ziet dat er met behulp van subsidies nieuwe technologieën ontwikkeld worden, maar het is een illusie om te denken dat die kunnen concurreren met fossiele brandstoffen zolang die zo goedkoop zijn en de werkelijke kosten van klimaatverandering niet worden meegerekend." In Zweden en Noorwegen is duurzame elektriciteit verhoudingsgewijs goedkoop vanwege de beschikbaarheid van waterkracht.

Het kan dus nog even duren voor er in Nederland duurzaam staal wordt geproduceerd. Toch noemt Annemarie Manger van Tata Steel de ontwikkeling in Zweden revolutionair. "Het is een eerste stap in een grote ontwikkeling."

STER reclame