AFP

Een deel van de mensen met de hartritmestoornis 'boezemfibrilleren' is beter af met een andere behandeling dan ze nu krijgen. Dat schrijven onderzoekers vandaag in het vakblad The New England Journal of Medicine. Naar verwachting kunnen daarmee in Nederland jaarlijks bij enkele honderden patiënten beroertes, hartfalen en hartinfarcten worden voorkomen. Ook neemt de kans op overlijden af.

"Bij gezonde mensen slaat het hart regelmatig en zo'n 80 keer per minuut", zegt Harry Crijns, hoofd van de afdeling cardiologie van het Maastricht UMC en een van de projectleiders van de studie. "Een kwart van alle mensen boven de 40 krijgt op enig moment te maken met boezemfibrilleren. De hartslag wordt dan onregelmatig en het aantal slagen per minuut stijgt. Mensen kunnen last krijgen van hartkloppingen, duizeligheid en een drukkend gevoel op de borst. Bovendien lopen ze, vooral in het eerste jaar na de diagnose, meer kans op ernstige complicaties zoals een beroerte, hartfalen of een hartinfarct."

Momenteel bestaan er twee strategieën voor het behandelen van boezemfibrilleren. Patiënten die geen klachten ervaren zoals hartkloppingen, vermoeidheid en druk op de borst, krijgen bloedverdunners om stolsels te voorkomen en ze krijgen medicijnen die hun hartslag vertragen tot een normaal aantal slagen per minuut. De behandelend arts accepteert dan dat het ritme onregelmatig is.

Bij patiënten die wel klachten ervaren proberen artsen het hartritme te herstellen met medicijnen of door het stukje hart dat het ritme verstoort uit te schakelen door bijvoorbeeld bevriezing.

Extra risico

Uit grootschalig onderzoek in 11 landen blijkt nu dat het verstandig is om het hartritme ook te herstellen bij een deel van de mensen zonder klachten. In totaal deden 2789 patiënten aan het onderzoek mee die minder dan een jaar geleden de diagnose boezemfibrilleren kregen. De deelnemers liepen extra risico op complicaties doordat ze eerder een beroerte hadden gehad of bijvoorbeeld boven de 65 waren en een hoge bloeddruk of suikerziekte hadden. Het lot bepaalde wie welke behandeling kreeg.

Bij patiënten bij wie niet werd geprobeerd het ritme te herstellen, ontwikkelde 5 procent binnen een jaar een ernstige complicatie zoals een beroerte, hartfalen, een hartinfarct. Sommigen overleden zelfs. In de groep waar artsen het ritme wel probeerden te herstellen kreeg 3,9 procent complicaties.

Cardioloog Crijns schat in dat er in Nederland jaarlijks zo'n 15.000 à 20.000 patiënten zijn bij wie het verstandig is om het hartritme te herstellen en hij verwacht dat daarmee zo'n 200 mensen een ernstige complicatie bespaard kan blijven.

Gamechanger

"Dit is een belangrijk onderzoek naar een veelvoorkomende hartritmestoornis", reageert hoogleraar Folkert Asselbergs, cardioloog in het UMC Utrecht. "In de praktijk vragen wij ons altijd af of je alleen de hartslag moet vertragen of dat je ook moet streven naar herstel van een regelmatig hartritme. Eerdere onderzoeken lieten verschillende resultaten zien, maar deze studie toont aan dat mensen beter af zijn met een normaal hartritme."

Asselbergs verwacht dat de studie snel zijn weg naar de kliniek vindt als vervolgonderzoek uitwijst dat de behandeling kosteneffectief is. "Ik denk dat we dan vaker proberen een normaal hartritme terug te krijgen bij mensen bij wie recent boezemfibrilleren is vastgesteld en die ouder zijn dan 65 en op een andere manier extra risico lopen. Waarschijnlijk geven we dan ook minder snel op als het niet direct lukt."

Ook cardioloog en hoogleraar boezemfibrilleren Joris de Groot van het Amsterdam UMC deelt die analyse. "Dit is echt een gamechanger. Eerder beperkten we pogingen om het hartritme te herstellen tot patiënten met klachten van boezemfibrilleren, vooral ook vanwege bijwerkingen van de medicijnen. Maar de resultaten zijn goed en de bijwerkingen vallen mee. Ik denk dat het beleid in ons ziekenhuis vanaf maandag verandert."

STER reclame