ANP

Vorige maand zaten 419.000 mensen die willen en kunnen werken zonder werk, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het is opnieuw een stijging, maar de werkloosheid neemt wel minder hard toe dan in de maand ervoor.

In juni steeg de werkloosheid nog harder dan ooit tevoren. Er kwamen toen 74.000 mensen bij die wel bereid en beschikbaar waren, maar geen werk konden vinden. In juli nam het aantal werklozen toe met 15.000.

In totaal is nu 4,5 procent van de beroepsbevolking werkloos. Daarmee ligt het niveau nu iets boven wat het Centraal Planbureau verwacht voor heel 2020.

Mensen gaan weer op zoek naar werk.

Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom CBS

Er is een belangrijk verschil tussen de mensen die nu en die de maanden ervoor werkloos raakten, volgens Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS. "In de periode tot en met juli kwamen er vooral werklozen bij doordat mensen hun baan kwijtraakten. En nu zat de grootste groei in het feit dat meer mensen op zoek gingen naar werk."

Mensen die op zoek zijn naar werk maar geen werk hebben, telt het CBS mee als werkloos. Wie geen werk zoekt, valt buiten de cijfers.

Van Mulligen: "Vooral in april waren er heel veel mensen die hun baan kwijtraakten, maar thuis bleven zitten omdat ze de kans op het vinden van een nieuwe baan toch niet zo groot achtten. Of simpelweg omdat ze niet konden zoeken vanwege de corona-maatregelen. En die mensen keren nu langzaam weer terug op de arbeidsmarkt, gaan weer op zoek."

Jongeren harder geraakt

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat vooral veel jongeren zonder inkomsten zitten door de coronacrisis. Bijna 11 procent van de jongeren tussen de 15 en 25 jaar zit inmiddels zonder werk. Voor de andere leeftijdsgroepen liggen de percentages veel lager: bij mensen tussen de 25 en 45 is de werkloosheid 3,7 procent en tussen de 45 en 75 jaar is die maar 2,6 procent.

Dat verklaart onder meer waarom het aantal lopende WW-uitkeringen al twee maanden ongeveer gelijk is gebleven. In de eerste maanden van de coronacrisis nam het aantal jongeren in de WW flink toe, maar zij hebben over het algemeen maar kort recht op een uitkering omdat ze nog niet lang werken. Vaak hebben ze recht op drie maanden uitkering of minder.

Voor veel jongeren liep hun uitkering dus weer af. Vervolgens verdween de helft van de jongeren in juli uit de WW niet omdat ze weer werk vonden, maar omdat ze de maximale duur bereikt hadden. In totaal blijft het aantal nieuwe WW-uitkeringen flink hoger dan voor de coronacrisis.

Grote verschillen per regio

Niet alleen tussen leeftijdsgroepen zijn de verschillen in WW-uitkeringen groot, uit cijfers van het UWV blijkt dat ook per regio de situatie flink anders is. In de regio Amsterdam waren er afgelopen maand ruim 60 procent meer mensen met een WW-uitkering dan in juli vorig jaar, terwijl die stijging in een regio als Rivierenland in Gelderland met zo'n 14 procent veel kleiner was.

Opvallend is dat ondertussen het aantal mensen dat landelijk werkt, toeneemt. Gemiddeld kwamen er afgelopen drie maanden zo'n 8000 werkenden per maand bij. Dat de werkloosheid desondanks stijgt, komt doordat meer mensen zich op de arbeidsmarkt begeven.

Onder meer in de horeca zijn er weer meer mensen aan het werk. Cafés en restaurants hebben tijdelijk nagenoeg stilgelegen maar zijn nu gedeeltelijk weer open. En dus zijn daar weer mensen nodig om bier te tappen, koffie te zetten, eten klaar te maken en de terrassen te bedienen.

Na stijging nu weer daling consumentenvertrouwen

Tegelijk met de werkloosheidscijfers publiceerde het CBS ook cijfers over het consumentenvertrouwen in augustus. Na het extreem lage vertrouwen in mei en wat herstel in juni en juli is het weer gedaald. Het cijfer kwam uit op -29, wat aangeeft dat de somberen fors de overhand hebben.

De verslechtering komt deels doordat consumenten pessimistischer zijn over de toekomstige werkloosheid. Van alle ondervraagden verwacht 89 procent dat de werkloosheid in de komende twaalf maanden gaat stijgen. Dat zou ook in lijn zijn met ramingen van bijvoorbeeld het Centraal Planbureau. Slechts 6 procent denkt dat het er komende tijd beter op wordt. Die kloof tussen positieve en negatieve antwoorden was de afgelopen ruim zeven jaar niet eerder zo groot.

Voorlopig doet dat nog niets af aan de koopbereidheid van mensen. Die bleef met -9 nagenoeg gelijk ten opzichte van juli.

STER reclame