Een foto van 29 augustus vorig jaar, na het smeltseizoen Maurice van Tiggelen

Het smelten van de Groenlandse ijskap gaat sinds het jaar 2000 steeds sneller. Dat gebeurt onafhankelijk van de weersomstandigheden, want zelfs in relatief koude jaren gaat het massaverlies door, is de belangrijkste conclusie van een internationale studie.

Utrechtse wetenschappers werkten mee aan het onderzoek. Voor metingen waar dit soort onderzoek op gebaseerd is, vertrekt deze week opnieuw een onderzoeksteam naar Groenland.

"De ijskap is deze eeuw in een nieuwe staat terecht gekomen, waarin de gletsjers sneller naar zee bewegen", zegt professor Michiel van den Broeke van de Universiteit Utrecht.

Voor het onderzoek is naar het ijsverlies van ruim 200 grote gletsjers op Groenland gekeken:

Klimaatonderzoekers: 'Het ijsverlies op Groenland is min of meer permanent'

Satellietdata zijn vergeleken met metingen ter plekke en modelberekeningen, gedurende de afgelopen dertig jaar. Gekeken is in hoeverre het ijsverlies gecompenseerd werd door nieuwe sneeuwval. In de jaren 90 hielden die twee elkaar nog in evenwicht, nu is dat niet langer het geval.

'Gaat nu erg snel'

"Dit betekent dat het smelten van de Groenlandse ijskap ongevoeliger is geworden voor koelere zomers", zegt Van den Broeke. "Je zou verwachten dat de zogenoemde massabalans in een koel jaar, zoals bijvoorbeeld 2013, ongeveer nul zou zijn. Maar dat was niet zo." Ook is er sinds 2000 geen jaar meer geweest met een netto toename van ijs. "Zo'n winst van massa zagen we in de jaren 90 nog wel. Maar de opwarming gaat nu erg snel."

Het wil volgens Van den Broeke nog niet zeggen dat de Groenlandse ijskap onomkeerbaar gedoemd is te verdwijnen, op een termijn van duizenden jaren. "We hebben de data nog niet om dat te bewijzen. We weten eenvoudigweg niet wat er zou gebeuren als er nu bijvoorbeeld tien hele koude jaren zouden komen. Tegelijk moet je natuurlijk constateren dat het naar verwachting juist alleen maar warmer zal worden op aarde en dus ook bij Groenland."

De onderzoekers verrichten metingen in april 2019 Maurice van Tiggelen

Om beter te kunnen voorspellen hoe snel de ijskap zal smelten, is het cruciaal om vast te stellen welke processen daarbij een rol spelen, zegt Maurice van Tiggelen, een van de wetenschappers die deze week naar Groenland vertrekt. "We weten dat aan de rand meer ijs smelt in de zomer, dan er in de vorm van sneeuw weer bij komt in de winter. Om deze metingen met steeds meer precisie te kunnen doen, moeten we de apparatuur goed onderhouden."

Topwetenschapper verongelukt

Dat zijn werk niet ongevaarlijk is, bleek eerder deze maand toen de beroemde klimaatonderzoeker Konrad Steffen op Groenland verongelukte. Volgens The New York Times viel de Zwitser in een diepe gletsjerspleet. Het ontstaan van dit soort spleten in de ijskap lijkt toe te nemen, onder invloed van de opwarming. Volgens sommige collega's is hij daarom een direct slachtoffer van klimaatverandering.

Van Tiggelen is zich bewust van de risico's. "Het is vooral gevaarlijk als je van het midden van de ijskap naar de randen gaat, omdat daar meer van die gletsjerspleten en zogenoemde afwaterkanalen zijn. Sommige daarvan kunnen wel honderd meter diep zijn." Zijn reis is dan ook intensief voorbereid. Het team wordt met een helikopter naar de onderzoekslocatie vervoerd. Iedereen heeft basiskennis over klimmen, neemt een helm en harnas mee en extra proviand om er langer dan gepland te kunnen verblijven, in geval van nood.

"Maar het blijft gevaarlijk", zegt Van Tiggelen. "Het ijs kan meerdere kleuren hebben, bijvoorbeeld erg donker, vergelijkbaar met een dikke laag natuurijs in Nederland. Doorgaans zijn dergelijke gletsjerspleten in de zomer goed zichtbaar. Maar soms ligt er een laag sneeuw op het ijs en zie je toch niet wat er onder zit."

STER reclame