Productielijn bij schoenfabriek Van Bommel ANP

De stemming onder Nederlandse producenten is in juli wat verbeterd ten opzichte van vorige maand. Het producentenvertrouwen, dat aangeeft in welke richting ze denken dat de productie zich komende tijd zal ontwikkelen, bleef negatief maar steeg van -15,1 naar -8,7, meldt het Centraal Bureau voor Statistiek.

Daarmee is de enorme verslechtering van de stemming in april, toen het producentenvertrouwen ongekend hard daalde door de coronacrisis en met -28,7 het dieptepunt bereikte sinds het begin van de metingen in 1985, weer voor een belangrijk deel teniet gedaan. Vooral fabrikanten van kleding, textiel en leer waren een stuk positiever dan vorige maand. Producenten van hout en bouwmaterialen waren als enige vaker positief dan negatief.

Gemiddeld lag het cijfer afgelopen twee decennia op 0,5. Alles boven de nul geeft overwegend optimisme aan, onder de nul meer somberheid.

Fabrieken maken minder

Het CBS meet het vertrouwen door fabrikanten hun oordeel te laten geven over hoe ze er op verschillende punten voor staan of wat hun verwachtingen zijn. Er zijn bijvoorbeeld meer ondernemers die vinden dat ze weinig bestellingen binnen hebben gekregen, dan ondernemers die vinden dat ze veel orders te verwerken kregen. De meesten vinden hun voorraad van afgeronde producten dan ook te groot.

De Nederlandse fabrieken draaien dan ook nog niet op volle toeren. De productie is in juli wel iets opgeschroefd ten opzichte van de maanden ervoor, de machines worden inmiddels voor bijna 77 procent benut. Maar dat is nog steeds de op een na laagste bezettingsgraad in meer dan zeven jaar.

Lichtpuntje

De vooruitzichten voor de komende tijd lijken iets minder grauw. Afgelopen maand waren producenten voor het eerst sinds februari weer overwegend positief over hoeveel bedrijvigheid ze komende tijd verwachten.

Het aantal ondernemers dat denkt dat hun productie de komende drie maanden zal toenemen was groter dan de negatief gestemden.

STER reclame