Max Blokzijl (links) feliciteert De Blocq van Scheltinga in 1942 met diens installatie als de burgemeester van Wassenaar ANP

Vier studenten van de TU Delft hebben op een muur in het Nationaal Monument Oranjehotel inscripties van een prominente NSB'er gevonden. Het gaat om teksten die Daniël de Blocq van Scheltinga in de maanden na zijn arrestatie in de muur van dodencel 601 kerfde, schrijven ze in vakblad Heritage Science.

In die cel is sinds 1946 nauwelijks iets veranderd. Er zijn veel inscripties te zien van gevangenen die kort voor hun executie een laatste boodschap achterlieten, maar nog nooit werd een naoorlogse tekst van nazi-sympathisanten of collaborateurs ontdekt.

Eisch 11/9/45 Dood

Naast het voeteneind van het bed is een stuk wit geplamuurd. Inscripties blijken met opzet weggewerkt. Met gebruik van speciale belichtingstechnieken, omdat ze de kwetsbare muren niet mochten beschadigen, kwamen de studenten erachter dat er stukjes tekst onder zaten.

Ze ontdekten "de Blocq van Scheltinga", een kalender van mei tot en met november '45 en "Eisch 11/9/45 Dood". De data en de strafeis corresponderen met die van de vooraanstaande NSB'er.

De Blocq van Scheltinga werd in september '45 tot levenslang veroordeeld, wat eind december in hoger beroep werd teruggebracht tot 20 jaar. In de loop van 1953 kwam hij vrij nadat hij van koningin Juliana gratie had gekregen. Hij stierf in 1962 op 59-jarige leeftijd in Duitsland.

Het Oranjehotel was in de Tweede Wereldoorlog de bijnaam van de gevangenis in Scheveningen. In de oorlog zaten zo'n 25.000 Nederlanders enige tijd vast in de beruchte gevangenis. Onder hen waren verzetsstrijders Erik Hazelhoff Roelfzema (Soldaat van Oranje) en George Maduro.

Na de oorlog werden belangrijke collaborateurs in het Oranjehotel gevangengezet, onder wie NSB-leider Anton Mussert, propagandist Max Blokzijl en ook De Blocq van Scheltinga, die vanaf 1942 burgemeester van Wassenaar was.

Bekijk ook deze korte uitlegvideo over het Oranjehotel:

Wat was het Oranjehotel in Den Haag?

STER reclame