Hulpverleners dragen een gewonde koala weg op Kangaroo Island AFP

Bijna drie miljard dieren zijn omgekomen of opgejaagd door de bosbranden in Australië, schatten tien wetenschappers van Australische universiteiten in een conceptrapport. Het gaat om 2,5 miljard reptielen, 143 miljoen zoogdieren, 180 miljoen vogels en 51 miljoen kikkers.

Het is "een van de ergste rampen voor wilde dieren in de moderne geschiedenis", zegt het Wereldnatuurfonds (WWF) dat het rapport liet opstellen. Het moet komende maand nog afgemaakt worden, maar het Wereldnatuurfonds verwacht dat het aantal van bijna drie miljard niet wordt aangepast.

De wetenschappers kunnen niet zeggen hoeveel dieren daarvan zijn omgekomen. Maar onderzoeker Chris Dickman van de universiteit van Sydney wijst op een studie waaruit bleek dat meer dan 90 procent van de dieren in de vlammen was omgekomen.

Schokkend

De dieren die hebben weten te ontsnappen, hadden niet veel kansen. "Er was een gebrek aan voedsel, water en schuilplaatsen, of ze werden gedwongen om zich naar plekken te verplaatsen die al bezet waren."

Dickman noemt de uitkomsten "nogal schokkend en afschuwelijk". "Het is moeilijk om zo'n groot aantal te vatten, 3000 miljoen dieren. En het is een conservatieve schatting, het zouden er goed veel meer kunnen zijn." Omdat niet alle data beschikbaar waren, zijn groepen dieren zoals ongewervelden, vissen en schildpadden niet meegerekend.

In januari kwamen Dickman en collega's al met een schatting van meer dan een miljard dieren die de branden niet zouden overleven, maar dat ging nog alleen om de staten New South Wales en Victoria. Het huidige onderzochte gebied is een kleine 12 miljoen hectare groot. Het gaat om de periode van september vorig jaar tot februari dit jaar. De ramingen zijn gebaseerd op tellingen en schattingen van aantallen dieren voor de ramp.

Roze naaktslakken

Toch ontdekten ze ook positieve dingen, zegt Dickman. Roze naaktslakken, waarvan werd gedacht dat ze waren uitgestorven, bleken diep in spleten van rotsen te zijn gaan zitten. En rotskangaroes in New South Wales bleken genoeg beschutting te hebben gehad om te overleven. Omdat hun voedsel wel was verwoest, heeft de staat vanuit een helikopter wortels en zoete aardappelen gedropt.

Dickman hoopt dat het onderzoek zal leiden tot betere monitoring. "Dan weten we als er weer branden komen, waar het merendeel van een bepaalde diersoort zich bevindt, en wat ze nodig hebben om te overleven.

"Camera's zouden fantastisch zijn om warmbloedige dieren te monitoren. En voor bijvoorbeeld hagedissen moeten we gewoon weer het veld in en tellen. Maar voorlopig kan dat nog niet vanwege de coronamaatregelen."

STER reclame