ANP

Er worden minder kinderen geboren doordat vrouwen meer studeren en vaker flexibele contracten hebben. Dat stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in een nieuw onderzoek naar het dalend aantal geboorten in Nederland.

Al een tijd lang loopt het geboortecijfer in Nederland terug. In 2010 werden 184.000 kinderen geboren; in 2018 waren dat er 169.000, een daling van zo'n 8 procent. Het gemiddelde aantal kinderen per vrouw daalde in die periode van 1,8 naar 1,6. Dat is het laagste niveau sinds 1997.

Student en flexwerker wachten liever nog even

Het vermoeden dat studeren en flexcontracten invloed hebben op de beslissing om kinderen te nemen bestond al langer. Het CBS heeft daar nu uitgebreider onderzoek naar gedaan.

Daaruit komt naar voren dat de toename van het aantal vrouwen met flexwerk een van de oorzaken is van het dalende geboortecijfer, zij het in beperkte mate. De financiële onzekerheid die flexwerk met zich meebrengt, leidt er volgens het CBS toe dat vrouwen minder snel beginnen aan kinderen.

Het geboortecijfer is ook gedaald omdat steeds meer vrouwen de afgelopen jaren gingen studeren. Als student kiezen ze minder snel voor kinderen. Studenten hebben meestal niet genoeg geld om tijdens de studie de kosten van een kind te kunnen betalen. Ook wachten ze liever tot na de studie, omdat een afgeronde studie wordt gezien als een belangrijke voorwaarde voor het ouderschap.

"Vrouwen tussen de 15 en 49 jaar studeren langer door. En als ze niet studeren hebben ze vaker een flexibel contract. We weten dat vrouwen die studeren of onzekerheid hebben over inkomen minder vaak een kind krijgen", aldus onderzoeker Marjolein Jaarsma van het CBS in het NOS Radio 1 Journaal.

Effect 'vrij klein', meer factoren van belang

Het CBS zegt dat het totale effect van de twee ontwikkelingen "vrij klein" is, met een daling van 0,021 kind per vrouw. Als het aandeel vrouwelijke flexwerkers sinds 2010 niet was gestegen waren er volgens de statistici ruim 1600 meer baby's geboren; er waren nog eens ruim 400 meer geboortes geweest als het aantal studerende vrouwen sinds 2010 niet groter was geworden.

De afname van de geboorten is bovendien bijna alleen maar te zien bij vrouwen onder de 33 jaar. Dat zou kunnen betekenen dat vrouwen de keuze voor een kind vooral uitstellen. Jaarsma: "Er spelen veel factoren mee: een geschikte woning of het vinden van de juiste vader voor je kind bijvoorbeeld. Dit speelt mee, waardoor bepaalde life-events die men vroeger meemaakte tussen de 20 en 30 jaar nu wat opschuiven naar later in het leven. Maar we zien niet dat er nu sprake is van bewust geen kinderen krijgen. Het is gewoon een uitstel van die keuze."

Daarom vertellen deze cijfers ook niet het hele verhaal, waarschuwt ook hoofdsocioloog Tanja Traag van het CBS. "Er zijn veel meer redenen om te kiezen voor kinderen, of juist niet. En vaak is het ook nog eens een hele emotionele beslissing, die niet altijd te vangen is in cijfers."

STER reclame