De meeste migranten die naar Nederland komen willen hier werken of komen voor hun gezin. In 2018 kwamen 191.000 immigranten naar ons land. Veruit het grootste deel daarvan (110.000) kwam uit een EU-lidstaat of, in mindere mate, de Europese landen Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland. Het CBS onderzocht de beweegredenen van mensen om naar Nederland te verhuizen en publiceert vandaag de resultaten.

Opvallend is dat bijna 40 procent van de asielmigranten binnen tien jaar weer is vertrokken. Het CBS dook in de immigratiecijfers van 2009 om te onderzoeken waar de mensen zijn gebleven die toen naar Nederland kwamen. Veel asielzoekers zijn teruggekeerd naar het land van herkomst of doorgereisd naar een ander land. In 2009 bestond de top-5 van asielverzoeken uit Somalië, Irak, Afghanistan, voormalige Sovjet-Unie en Iran.

Datzelfde patroon is te zien bij arbeidsmigranten van buiten Europa. Iets meer dan drie kwart van degenen die in 2009 naar Nederland kwamen, was binnen tien jaar weer vertrokken. Het aantal niet Europese arbeids- en studiemigranten van buiten Europa is in de afgelopen twintig jaar geleidelijk opgelopen.

Gezinsvorming

De 81.000 immigranten die van buiten de EU of de Europese Vrijhandelszone kwamen, hadden gezinshereniging of -vorming als voornaamste reden. Dat gold in 2018 voor een derde van de migranten van buiten Europa. De top-5 van landen waar gezinsvormers vandaan komen zijn Turkije, Marokko, Suriname, de VS en de Filipijnen.

Iets meer dan 20 procent van de niet-Europeanen kwam naar Nederland om te werken. Nog eens ruim 20 procent kwam om te studeren en de kleinste groep (16 procent) was asielmigrant.

Uitbreiding EU

Behalve oorlogen hebben ook politieke besluiten in binnen- en buitenland invloed op de migratiestromen naar Nederland. Dat is goed te zien aan de komst van arbeidskrachten uit Oost-Europese landen.

Dankzij de uitbreiding van de EU met nieuwe lidstaten zoals Polen, Roemenië en Bulgarije komen er steeds meer arbeidskrachten uit die landen naar Nederland. Door Europese wetgeving hebben ze het recht om zonder werkvergunning in Nederland aan de slag te gaan.

Ontmoediging

Ook verschillende beleidsmaatregelen in Nederland hebben effect gehad op de immigratie. De ene keer waren die bedoeld als stimulans voor mensen om naar Nederland te komen, de andere keer niet.

Vooral het asielbeleid is gericht op ontmoediging. Zo werd in 2001 een nieuwe Vreemdelingenwet ingevoerd. Die maakte het voor asielzoekers lastiger hun verzoek ingewilligd te krijgen. Zo werd er bijvoorbeeld steeds minder collectieve bescherming geboden op basis van de situatie in een land of gebied.

In 2004 werden de inkomenseisen voor gezinshereniging verhoogd. Iemand die zijn partner wil laten overkomen moet ten minste 120 procent van het minimumloon verdienen. De partners moeten tegenwoordig ook een inburgeringsexamen doen voordat ze mogen komen. Verder is de leeftijdgrens waarop gezinsvorming is toegestaan verhoogd van 18 naar 21 jaar.

De Kennismigrantenregeling van 2004 moest juist mensen stimuleren om te komen. Het kabinet wilde met deze regeling de kenniseconomie stimuleren. Het streven was om de toelatingsprocedures voor hooggekwalificeerde arbeidsmigranten (kennismigranten) van buiten Europa waar mogelijk te vereenvoudigen.

STER reclame