Sander van Hoorn in Estland: al op het vliegveld gingen bij de meesten de mondkapjes af NOS/Sander van Hoorn
Corona Wereldwijd

Met uitgestoken hand komt hij op me af, de directeur van een pelletfabriek in Estland die ik ga interviewen. Ik moet denken aan Rita Verdonk op het moment dat ik de hand dan toch maar weiger. Het ongemak is er aan beide kanten. Ik leg uit dat 'wij' in Nederland en België dat toch echt nog niet doen.

Nu coronamaatregelen in de hele Europese Unie worden afgebouwd (en in sommige regio's weer worden ingevoerd), is te zien hoe blijvend gedragsveranderingen zijn. Of niet. Het zegt misschien ook wat over hoe het in Nederland zal gaan op het moment dat er geen of bijna geen besmettingen meer bijkomen.

Op een terras in Tallinn waar we lunchen word ik door de serveerster neergezet aan een tafel die ik zelf veel te dicht op een andere tafel met gasten vind staan. Het is rustig, dus ik krijg een nieuwe plek. Estland is relatief minder geraakt door covid-19. Er zijn 69 mensen overleden en het aantal besmettingen per 100.000 inwoners is de helft van dat in Nederland. Er zijn al meerdere dagen geweest waarop er geen nieuwe besmettingen werden geregistreerd.

'Lockdown light'

Wat de strijd tegen corona in Estland makkelijker maakte, is dat er maar één superspreading event is geweest. Begin maart was er een volleybaltoernooi waar ook een Italiaanse ploeg aan meedeed. Vermoed wordt dat zij het virus hebben geïntroduceerd, want daarna werden er in de regio veel besmettingen geconstateerd. Die regio was het eiland Saaremaa, voor de westkust van Estland. Dat maakte het isoleren een stuk makkelijker.

De rest van Estland heeft dan ook een lockdown light gehad, met horeca die weliswaar om 22.00 uur moest sluiten, maar verder wel gewoon open was. Scholen gingen dicht en ook de landsgrenzen werden gesloten. Stickers op de vloer herinneren aan de tijd dat er twee meter afstand gehouden moest worden. Niemand die het nog doet.

Tijdens de lockdown gold hier een afstand van 2 meter en een 'bubbel' van 2 mensen Sander van Hoorn | NOS

Een groep jongeren in de zuidelijke universiteitsstad Tartu vertelt me 's avonds dat niemand daar de lockdown ooit echt serieus heeft genomen. Corona was iets van Saaremaa, de hoofdstad Tallinn en vooral van het buitenland. Ze hopten van een lange tafel op het ene terras naar vrienden aan een even lange tafel op een ander terras. Ook hier na ons gesprek weer de uitgestoken hand.

Mondkapjes? Niet hier

Nu woon ik zelf in België. Dat land werd relatief zwaar getroffen en hoewel de cijfers ook daar omlaaggaan, besloot de regering dit weekend nog om mondkapjes te verplichten in alle winkels, musea, gebedshuizen en bioscopen. Sowieso waren mondkapjes al alom tegenwoordig, ook buiten. Als ik Nederland kom, vind ik het gebrek daaraan een verademing. Maar in Estland vind ik het opeens intimiderend, dat oude normaal.

Los van persoonlijke afwegingen zal het ook een mix zijn van hoe hard een land getroffen is, hoe lang de maatregelen duurden en hoe streng ze waren, die bepalen hoe blijvend de gedragsverandering is. In Estland was die dus niet blijvend. De twee ecologen die me voor mijn reportage meenemen naar een oerbos, springen ongevraagd achterin de auto.

Ik vraag me af of ik de ramen open moet doen om voor luchtcirculatie te zorgen. Mijn cameraman, een Nederlander uit Nederland, vraagt zich dat ook af. Dus kennelijk is de gedragsverandering voor ons beiden hetzelfde. Maar hoe blijvend is hij?

Ook geen mondkapjes meer in het openbaar vervoer in Tallinn Sander van Hoorn | NOS

Waar in België de mondkapjes geïntroduceerd worden, wordt in Tallinn op veel plaatsen het plexiglas van de balies geschroefd. In een groot hotel en bij een autoverhuurbedrijf zijn ze er nog. Flesjes desinfecterende gel staan vaak weggestopt achter het bordje met dagaanbiedingen op de balie.

Corona is hier voorbij, en ik vraag me af hoe moeilijk het zal zijn om weer op te schakelen bij een tweede golf. En is dat dan misschien toch de waarde van die mondkapjes die in België opeens verplicht worden: je houdt de aandacht erbij.

Met dat in het achterhoofd neem ik afscheid van de ecologen. Pas als ik weer in de auto stap, besef ik dat ik ze de hand geschud heb. Ik schrik ervan. Ik duik in mijn tas naar de handgel. En ook daar schrik ik van. Het oude en het nieuwe normaal strijden al reizend om de regie over mijn gedrag.

STER reclame