Horeca ondernemer Khalid Oubaha NOS

Een bedrijfskantine, broodjeszaak op een campus of klein café: ondanks het einde van de lockdown heeft zo'n 20 procent van de cafés en restaurants in Nederland de deuren nog altijd niet heropend. Dat zegt ING Economisch Bureau op basis van het aantal pinbetalingen in horecazaken.

Onder meer kleine horecagelegenheden en restaurants in of vlak bij scholen en kantoren zijn vaak nog dicht. "Het is heel bijzonder dat van de vijf kroegen er een dicht is. Maar we gaan wel de goede kant op", zegt econoom Marten van Garderen.

'Fors verlies lijden'

Eind maart was ongeveer een kwart van de zaken open. Dat waren vooral afhaal- en bezorgrestaurants. Begin juni, na de eerste versoepelingen, liep dat op naar meer dan de helft. De voornaamste reden dat 20 procent van de ondernemingen nu nog niet draait, is omdat het niet rendabel is voor ze. Van Garderen: "De kosten om open te gaan, zijn hoger dan als ze de deuren dichthouden. En niemand wil fors verlies lijden."

Of er genoeg klanten zijn, heeft vaak te maken met de locatie, zegt hij. "Veel horecazaken in binnensteden zijn weer open. Maar een deel zit ook bij scholen en kantoren, waarbij ze afhankelijk zijn van studenten en werknemers. Door het vele thuiswerken en -studeren zijn zij er nu niet."

Zitten in de club

Ook restaurants zonder terras, clubs en borrelcafés houden vaak de deuren gesloten, denkt ING. De oorzaak is volgens ondernemers de anderhalvemeterregel waardoor er niet voldoende klanten tegelijkertijd binnen kunnen zijn.

Een uitbater die om die reden zijn zaken gesloten houdt, is Khalid Oubaha, eigenaar van onder meer café Van Buren in Nijmegen. Maar 4 van zijn 21 zaken zijn heropend sinds de versoepeling van coronamaatregelen voor de horeca in juni. "Het moeilijkst zijn de feestcafés", zegt Oubaha. "Want zie daar maar eens anderhalve meter afstand te houden."

Het risico op een boete vindt hij te groot. "Studenten komen hier om te dansen, niet om op een barkruk te zitten. Ondertussen wordt er door boa's keihard gehandhaafd. Het is niet rendabel, maar al zou het dat zijn: ik wil niet het risico lopen dat mijn zaak wordt gesloten."

Kort geding

De horecazaken die weer draaien, doen ook nog lang niet allemaal goede zaken. Zo is de omzet nog zo'n 10 procent onder het normale niveau. Daardoor stevent de sector af op een omzetdaling van zo'n 30 tot 40 procent voor dit jaar. Ook in 2021 zullen de gevolgen nog voelbaar zijn, zegt ING.

"Veel ondernemers hebben het wel geprobeerd, maar zijn tot de conclusie gekomen dat het minder verliesgevend is om de deuren gesloten te houden, dan om open te zijn," zegt branchevereniging Koninklijke Horeca Nederland. Voor clubs en discotheken is nog geen zicht op versoepeling.

De brancheorganisatie bereidt een kort geding voor tegen de Staat, om zo af te dwingen dat de anderhalvemeterregel vervalt voor groepen tot en met negen personen.

Nu is sprake van willekeur, vindt KHN. "Vijf personen uit verschillende huishoudens mogen wel in één auto naar een restaurant rijden, maar in dat restaurant niet aan één tafel zitten."

De versoepeling per 1 juli was volgens de branchevereniging voor veel horecazaken alleen op papier een verbetering. Er mogen meer mensen binnen zijn, maar omdat de anderhalve meter afstand blijft gelden past dat niet.

Niet rendabel, wel open

"Toch was het voor mij geen vraag of ik zou opengaan", zegt Barth Hochstenbach, eigenaar van In de Karkol, een Maastrichts café van maar 37 vierkante meter. "Ik wilde graag weer werken, maar rendabel is het niet."

De ondernemer zegt zo'n 60 procent minder omzet te draaien in vergelijking met vorig jaar. "Op korte termijn is dat te overzien, maar de vraag is hoelang we afstand moeten houden. We doen dit werk al twintig jaar met veel plezier, en ook met veel profijt, en dat valt nu eens een keer tegen. Dat is de zure appel waar we doorheen moeten."

ING Economisch Bureau verwacht dat de situatie voor ondernemers in de nabije toekomst bijtrekt. "Als kantoren weer opengaan en er een normaal schooljaar komt, dan zul je dat terugzien in de horeca", zegt Van Garderen.

STER reclame