NOS

Het hotel in natuurpark Taita Hills in het zuiden van Kenia ligt er verlaten bij. De bedden zijn leeg. De bar is leeg en ook het terras, waarvandaan je naar olifanten en leeuwen kan kijken met een biertje in de hand, is uitgestorven. Vanwege de coronacrisis zit het land op slot en zijn er geen commerciële vluchten. Ook het binnenlandse toerisme ligt stil door coronamaatregelen.

De Keniaanse overheid maakte deze week bekend al 670 miljoen euro aan inkomsten te zijn misgelopen omdat de toeristenindustrie in elkaar is gestort. Het leidt ook tot baanverlies.

In privépark Taita Hills hebben ze niet alleen personeel uit het hotel naar huis gestuurd, maar is er nu ook minder geld om de rangers het veld in te sturen die door het park patrouilleren en de dieren beschermen. Ze werken op halve kracht en kunnen het park daardoor minder goed in de gaten houden.

De verminderde beveiliging heeft ervoor gezorgd dat stropers hun slag staan. Mensen die dichtbij de parken wonen, leggen valstrikken. Ze zijn uit op antilopen, zebra's, buffels en giraffen voor hun vlees.

We gingen mee het park in, om te laten zien welke nieuwe gevaren er nu zijn voor de dieren:

Ook in Kenia geen toeristen, en daar maken stropers gebruik van

In Kenia zijn er meerdere soorten natuurparken. Er zijn onder meer nationale parken, die gerund worden door de overheid, privéparken die geleid worden door particulieren, en natuurparken waarbij het land in handen is van de lokale gemeenschap. Die exploiteert of beheert het park zelf. De problemen zijn er vooral in de gemeenschapsparken die erg afhankelijk zijn van de inkomsten van toeristen en dicht bij dorpen liggen.

Zo groot als Gelderland, Limburg en Brabant

In het natuurpark Lumo lopen de parkwachten door het hoge gras. Eerst waren ze hier met twintig man, nu nog maar met tien. Alfred Mwanake is mee op patrouille. Hij werkt voor de vereniging van gemeenschapsparken in dit gebied. De parken die hij onder zich heeft zijn even groot als de provincies Gelderland, Limburg en Noord-Brabant bij elkaar.

Hoofdranger Chrispus Mwashila laat hem een buffel zien met een metaaldraad om zijn nek waar de biefstuk vanaf is gesneden. De afgelopen maand vonden ze hier 35 valstrikken "We hebben veel tijd besteed aan bewustwording van de gemeenschappen dat ze de natuur beter kunnen gebruiken voor toerisme dan er bijvoorbeeld hun vee op te kunnen laten grazen", vertelt Mwanake. Maar als de toeristen wegblijven gaan ze het land weer anders gebruiken. Dan gaat een deel van ons werk verloren."

Door de coronacrisis is de economie ingestort, mensen zijn op zoek naar manieren om aan eten te komen. Vlees van wilde dieren is goedkoper dan rundvlees.

Dickson Kaelo, Kenya Wildlife Conservancies Association

"Door de coronacrisis is de economie ingestort en daardoor heb je nu veel mensen zonder werk," zegt Dickson Kaelo van de Kenya Wildlife Conservancies Association, een organisatie voor de gemeenschapsparken. "Mensen zijn daarom op zoek naar manieren om aan eten te komen. Vlees van wilde dieren is goedkoper dan bijvoorbeeld rundvlees."

Michael O'Brein-Onyeka van de natuurbeschermingsorganisatie Conservation International noemt de illegale jacht problematisch, maar begrijpelijk. "Het is niet goed voor de wilde dieren maar veel mensen zijn wanhopig. Afrikanen jagen niet om het hoofd van een dier trots boven hun schoorsteenmantel te hangen. Het gaat om eten."

De parkwachten maken zich zorgen dat ook andere dieren, onbedoeld, in de valstrikken terecht kunnen komen, zoals baby-olifanten en leeuwen. Die kunnen zich verwonden en vervolgens minder makkelijk kunnen jagen. En Mwanake van de vereniging van gemeenschapsparken is bang voor gezondheidsproblemen als er meer vlees van wilde dieren wordt gegeten. "Dan hebben we dadelijk weer een nieuw virus."

Neushoorn vooralsnog gespaard

De natuurbeschermers zien nog geen toename in de jacht op de meer iconische dieren, de neushoorn en de olifant, waarvoor werd gevreesd. Die worden gestroopt voor hun ivoor en hoorn door misdaadsyndicaten, en naar Azië gesmokkeld. De coronalockdown lijkt deze dieren nu juist te helpen. "Omdat er nu geen vliegverkeer is, is het nu moeilijker voor de criminelen om ivoor en hoorn het land uit te krijgen", zegt Ivy Wairimu. Zij werkt voor Tusk, een organisatie die onder meer veel investeert om neushoorns veilig te houden in Afrika.

Wairimu maakt zich wel zorgen. "Als het land opent, zal het een tijdje duren voordat er weer toeristen komen. En dus zal in een deel van de parken de beveiliging verzwakt blijven. Dan kunnen ze hun slag slaan."

STER reclame