Een verwoest huis in Idlib in Syrië AFP

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft duizenden asielaanvragen van voor 2015 van jonge mannen uit Syrië nog eens onderzocht. Daaruit blijkt dat tussen de Syrische asielzoekers die in de burgeroorlog naar Nederland kwamen vrijwel geen oorlogsmisdadigers zitten.

Dat blijkt uit een brief van staatssecretaris Broekers-Knol (Justitie) aan de Tweede Kamer.

Van de 12.570 opnieuw bekeken zaken hebben 63 zaken geleid tot extra onderzoek. Zeker 55 zaken zijn alsnog afgesloten zonder genoeg bewijs. Zeven zaken lopen nog. Van één Syrische man is de verblijfsvergunning ingetrokken. Hij mag niet in Nederland blijven, maar hij kan ook niet terug naar Syrië. Het is onduidelijk of hij hier wordt vervolgd.

De zaken werden opnieuw bekeken omdat werd gevreesd dat indicaties van mogelijke oorlogsmisdaden en andere uitsluitingsgronden over het hoofd waren gezien. Er kwamen in die periode veel asielzoekers binnen uit Syrië.

Asielaanvragen van Syriërs worden vaak ingewilligd vanwege het bloedige conflict in het land, is te lezen in de brief. De IND keek bij het onderzoek naar Syrische mannen tussen de 17 en 35 jaar, omdat uit onderzoek bleek dat oorlogsmisdadigers zich vooral onder jonge mannen bevinden.

Nationale veiligheid

Door het onderzoek naar oorlogsmisdaden werden ook andere signalen ontdekt: in 223 zaken kwamen intrekkings- en fraudesignalen naar boven. "In ongeveer driekwart van die gevallen was de aanleiding het vervallen van de verleningsgrond en/of verplaatsing van het hoofdverblijf, in bijna een kwart van de zaken ging het om het verstrekken van onjuiste (nationaliteits)gegevens en in een enkel geval betrof het openbare orde-signalen", aldus de IND.

Van de 46 inmiddels afgeronde zaken hebben 29 zaken tot een intrekking van de verblijfsvergunning geleid. Ook zijn er in de opnieuw onderzochte zaken zaken naar boven gekomen die te maken hebben met de nationale veiligheid. Om die reden brengt de IND daar niet meer informatie over naar buiten.

STER reclame