De sterfgevallen door het coronavirus hebben zich lang niet overal in Europa in dezelfde mate voorgedaan. De regionale sterftecijfers verschillen enorm, blijkt uit een analyse van de data van de overlijdensgevallen in twintig landen. Die is uitgevoerd door Zweedse onderzoeksjournalisten in samenwerking met het European Data Journalism Network.

De data zijn afkomstig van Eurostat, het Europese bureau voor statistiek, en de nationale instituten voor statistiek van de onderzochte landen, zoals het Nederlandse CBS.

Dit is het beeld als je kijkt naar oversterfte: in de lichtpaarse gebieden is die meer dan 5 procent, in de donkerpaarse meer dan 25 procent:

Regionale verspreiding van het coronavirus in Europa Creative Commons/European Data Journalism Network

Bij de analyse is gekeken naar de oversterfte in de periode van de coronapandemie. Dat is het aantal mensen dat meer gestorven is in die periode dan in dezelfde periode in de jaren 2015-2019. In de twintig landen die voldoende data konden leveren zijn in die periode 200.000 mensen meer overleden. Enkele landen hebben data geleverd tot in juni, het merendeel tot in mei, een paar tot in april. Eerdere onderzoeken van dit soort gingen niet verder dan april.

De data zijn niet geanalyseerd op nationaal niveau, maar op het niveau van 500 provincies en regio's. Door die aanpak worden heel grote verschillen zichtbaar in de mate waarin regio's getroffen zijn door corona. De onderzoekers maken onderscheid tussen "aanzienlijke oversterfte", dat is meer dan 25 procent extra sterfte, "enige oversterfte" (meer dan 5 procent extra overlijdensgevallen) of geen extra sterfte: dat is minder dan 5 procent extra sterfte en dat wordt gezien als normale schommelingen.

Totaalbeeld

Vijftig van de 500 bestudeerde regio's zijn goed voor bijna de helft van alle 200.000 extra sterfgevallen. Ruim een kwart van die regio's heeft te maken gehad met "aanzienlijke oversterfte". Bijna een derde van alle regio's kampte met "enige oversterfte." In ruim 200 regio's heeft de coronapandemie niet geleid tot een grotere stijging van het aantal sterfgevallen.

Italië illustreert dat beeld heel goed. Het land is keihard getroffen door het coronavirus, met ruim 240.000 geregistreerde besmettingen en bijna 35.000 doden. Die hebben zich grotendeels in het noorden van het land voorgedaan. In 42 van de 110 regio's zijn er veel of heel veel extra sterfgevallen geweest door covid-19. In de streek rond de stad Bergamo was de sterfte rond 3,5 keer zo hoog als andere jaren. Maar in bijna een derde deel van alle Italiaanse regio's is er geen oversterfte geweest, in nog eens bijna een derde deel "enige oversterfte".

Het Verenigd Koninkrijk, binnen Europa het hardst getroffen door de pandemie, laat een veel gelijkmatigere verdeling van de sterfgevallen zien. Van de twaalf Britse regio's is er in elf sprake van aanzienlijke oversterfte. Alleen Noord-Ierland laat een gematigder beeld zien.

Nederland

Het Nederlandse beeld komt goed overeen met het Europese beeld. Van de twaalf provincies heeft de helft (data tot 24 mei) een "aanzienlijke oversterfte" aan covid-19. In vijf andere provincies was sprake van "enige oversterfte", waarbij opvalt dat Overijssel en Flevoland overigens dicht tegen de categorie "aanzienlijke oversterfte" aanzaten. In Groningen was geen oversterfte door corona.

Uit de data-analyse blijkt volgens de makers dat de verspreiding van het coronavirus gaat volgens regionale patronen en dat daarom vergelijkingen tussen landen weinig zin hebben. Bij beleidsmakers zijn de grote regionale verschillen bij de coronapandemie in de loop van de tijd ook steeds duidelijker geworden.

In Groningen, en later Friesland en Drenthe, werd bijvoorbeeld een ander testbeleid gevoerd dan in de rest van Nederland. Dat kon omdat het coronavirus daar veel minder aanwezig was dan in de rest van het land. Nu er veel meer getest wordt en er veel vaker bron- en contactonderzoek wordt gedaan, richt de aandacht zich ook meer op regionale virusuitbraken of -uitbraakjes.

STER reclame