NOS

De gevolmachtigd minister van Curaçao, Anthony Begina, zegt blij te zijn met de inzet van Nederlandse militairen om de rust op het eiland te herstellen. Maar hij is ook kritisch, want volgens Begina toont Nederland te weinig begrip voor de situatie waar het eiland in zit.

Curaçao is zwaar getroffen door de coronacrisis, heeft te maken met een instortende olie-industrie en herbergt tienduizenden Venezolaanse vluchtelingen. "Er is een hele grote groep die het op dit moment heel erg moeilijk heeft. Wij zijn niet een land met heel veel financiële mogelijkheden om alles en iedereen te ondersteunen. Ik verwacht van Nederland dat ze ook iets meer empathie tonen met wat wij op dit moment meemaken."

Hervormingen

Curaçao is sinds de komst van corona compleet afhankelijk van Nederland. Maar om in aanmerking te komen voor een pakket aan coronasteun, moet het eiland voldoen aan strenge voorwaarden. Zo eist Nederland dat politici, ambtenaren en bestuurders van overheidsbedrijven een deel van hun salaris inleveren.

Volgens Begina wil Nederland die hervormingen veel te snel: "We hebben op Curaçao ook vakbonden, we hebben ook arbeidsovereenkomsten en een cao. Je moet die hervormingen wel goed kunnen voorbereiden en uitleggen, maar die tijd is ons niet gegund." De druk die dat met zich meebrengt is volgens de gevolmachtigd minister een van de redenen dat mensen boos de straat op gaan.

De Nederlandse militairen die op Curaçao zijn ingezet om de openbare orde te handhaven, zijn onderdeel van de landmacht. Volgens Defensie-minister Bijleveld houden zij zich vooral bezig met het bewaken van vitale gebouwen zodat de Curaçaose politie de handen vrij heeft. Komende vrijdag maakt het kabinet bekend of Curaçao verdere steun krijgt en zo ja welke.

STER reclame