Een nieuwe bus die op waterstof rijdt ANP

Om voldoende waterstof in Nederland te kunnen opwekken, moeten er ten minste tien windparken op de Noordzee bij komen. Daarnaast zal Nederland ook veel waterstof moeten importeren. Dat stelt een rapport over de toekomstige energievoorziening van DRIFT, transitieonderzoeksinstituut aan de Erasmus Universiteit, in opdracht van de haven in Rotterdam.

Het is voor het eerst dat in kaart is gebracht op hoeveel waterstof Nederland in de toekomst kan rekenen en hoeveel er uit het buitenland zal moeten komen. Waterstof wordt als schone, groene belofte gezien. Het kan dienen als brandstof en grondstof voor de toekomstige CO2-arme industrie en ook als opslag voor stroom omdat de wind niet altijd waait en de zon niet altijd schijnt.

Politici en bedrijven zitten vol waterstofplannen. Minister Wiebes van Economische Zaken deed vorige week een oproep aan de EU om deze energiebron een grote rol te geven. In Nederland lopen op dit moment een kleine honderd verschillende onderzoeksprojecten met waterstof. Van woningen die ermee verwarmd worden, tot auto's die erop rijden, projecten in de elektriciteitssector, chemie en industrie. Veel waterstof zal in de toekomst worden vervoerd in de Rotterdamse haven.

Niet rijk rekenen

Het nieuwe rapport laat de kansen zien voor waterstof, maar ook de beperkingen. Bijvoorbeeld dat Nederland hooguit een derde zelf op kan wekken, en de rest uit het buitenland moet halen. "Het valt op dat politici en bedrijven zich soms te gemakkelijk rijk rekenen", zegt onderzoeksleider Jan Rotmans van de Erasmus Universiteit.

"Waterstof wordt op den duur belangrijk, vooral voor de industrie, als vervanging van olie en aardgas, maar er zit duidelijk een grens aan wat we zelf kunnen opwekken. Daardoor kan Nederland nog afhankelijker worden van andere landen, dan we nu al zijn met de import van aardgas en aardolie, en wellicht van politiek gevoelige regio's als Noord-Afrika en het Midden-Oosten."

Jörg Gigler van de Topsector Energie is positiever over de toekomst van waterstof. De Topsector, een verband waarin bedrijfsleven, onderzoekscentra en overheid samenwerken, heeft alle waterstofprojecten op een rij gezet. "Daarmee willen we Nederland in de etalage zetten, zowel nationaal als internationaal", zegt Gigler.

"De kracht van waterstof is dat je er elektriciteit mee kunt omzetten in moleculen. Dus net als in een accu kun je er energie in opslaan. Elektriciteit is maar twintig procent van onze totale energie, de overige 80 procent bestaat uit moleculen. Dat is het aardgas waarmee we onze huizen verwarmen en de benzine of diesel waar we op rijden. Ook die moeten we vanwege het klimaat vervangen, en daarbij kan waterstof een grote rol spelen."

Veel toepassingsmogelijkheden

De lijst van de Topsector maakt duidelijk hoe divers de mogelijkheden van waterstof zijn. In Stad aan 't Haringvliet is de bedoeling dat honderden huizen van aardgas overgaan op waterstof. Vrachtwagens, bussen en vuilniswagens kunnen erop rijden. In Noord-Nederland wordt de grootste groene waterstoffabriek van Europa gebouwd, en in Noord-Holland start een proef met een windmolen die direct waterstof produceert in plaats van stroom.

Volgens Gigler is het prima om een nieuwbouwwijk van elektrische warmtepompen te voorzien. Maar in een oude woonwijk, waar geen warmtenet komt, is waterstof volgens hem een goed alternatief. Dat geldt ook voor verkeer en vervoer over lange afstanden, verwacht hij, omdat accu's daarvoor ontoereikend zijn en oplaadtijden lang.

Hoogleraar Rotmans vindt het op grote schaal verwarmen van huizen en het laten rijden van auto's op waterstof onverstandig. "Experimenteren hiermee is leuk, maar als je gaat opschalen wordt het problematisch. Het is vooral nodig in de industrie, want die stoot de meeste CO2 uit. We moeten waterstof van de hype ontdoen: het wordt belangrijk, maar op grote schaal pas na 2030. En we moeten het eerst nog met fossiele bronnen maken, dus het zal ook niet direct tot CO2-reductie leiden. "

STER reclame