De romp van Zitman werd gevonden in Amsterdam Inter Visual Studio / Kapsalon Medusa Soest

Het Openbaar Ministerie eist 20 jaar cel tegen Bart B. voor het doden, in stukken zagen en wegmaken van het lichaam van zijn ex-partner Miranda Zitman.

Delen van het lichaam van de vrouw werden vorig jaar gevonden in een koffer in het water van het IJ in Amsterdam en in de tuin van hun huis in Soest.

B. (57) en Zitman (52) hadden bijna 20 jaar een relatie, maar zij verliet hem voor een oude liefde in Canada. Op 28 december 2018 zou ze vertrekken. Volgens B. viel ze na het pakken van haar koffers van de trap en was ze op slag dood.

De officier van justitie gelooft daar niets van, omdat haar verwondingen niet te verklaren zijn door een val van de trap. Bovendien zijn onderaan de trap geen bloedsporen gevonden. Volgens het OM is er sprake van een vooropgezet plan, maar is er niet genoeg sluitend bewijs om van moord uit te gaan.

'Uit respect in stukken gezaagd'

B. heeft toegegeven dat hij het lichaam van de vrouw in stukken heeft gezaagd, maar hij ontkent haar te hebben gedood. Dat in stukken zagen, deed hij naar eigen zeggen "uit respect". Hij begroef haar op de twee plekken "die dierbaar voor haar waren".

De vrouw werd januari vorig jaar als vermist opgegeven. Een paar maanden later, in april, volgde een groot onderzoek in en rond haar woning in Soest. Daarbij werden haar hoofd en armen gevonden. De romp die in januari al in het IJ werd gevonden bleek ook van haar te zijn.

NOS/Marjolein Manshanden

Na haar overlijden heeft B. familie en vrienden nog een tijd gezegd dat Zitman nog leefde en elders een nieuw leven was begonnen. Hij stuurde uit haar naam mailtjes en berichten en ging ook nog wekelijks bij haar moeder eten. Ook maakte hij meer dan een ton van de spaarrekening van zijn ex over op zijn eigen rekening. In april werd B. gearresteerd.

Deskundigen van het Pieter Baan Centrum vinden Bart B. volledig toerekeningsvatbaar voor de zaken waarvan hij wordt verdacht, meldt RTV Utrecht. De rechtbank in Utrecht doet op 3 juli uitspraak.

STER reclame