Little Richard (2005) AFP

De Amerikaanse zanger Little Richard is op 87-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van botkanker. Hij leidde al jaren een teruggetrokken leven, na een heupoperatie.

Little Richard geldt als een van de belangrijkste grondleggers van de rock-'n-roll. Hij wordt vaak in één adem genoemd met grootheden als Chuck Berry, Elvis Presley en Buddy Holly.

Voorloper

Midden jaren vijftig had hij veel succes met nummers als Tutti Frutti, Long Tall Sally, Lucille en Good Golly Miss Molly. Hij was geliefd bij zowel witte als zwarte Amerikanen en dat was tijdens de strikte rassenscheiding in die periode heel bijzonder.

Richard wordt met zijn opvallende manier van kleden en zijn voorliefde voor glitters ook wel gezien als de voorloper van wat in de jaren zeven zou uitgroeien tot 'glamrock'.

Little Richard was die trage muziek zat: 'Wij wilden swingen'

Met zijn opzwepende manier van zingen en optredens met veel showelementen drukte hij een heel eigen stempel op de rock-'n-roll. Hij beïnvloedde tal van andere muzikanten, onder wie Prince, Michael Jackson, The Beatles en The Rolling Stones.

"Hij was de grootste inspiratiebron in mijn vroege tienerjaren en zijn muziek heeft, als je het nu speelt, nog steeds diezelfde rauwe elektrische energie als in het midden van de jaren 50", zegt Mick Jagger op Twitter. De Stones tourden met Little Richard. Jagger leerde daar veel van.

Richard Penniman groeide op in een zeer religieus gezin. Zijn vader was geestelijke en ook zijn moeder was zeer actief in de kerk. Thuis werd hij Little Richard genoemd, omdat hij klein en mager was. Later koos hij deze bijnaam als artiestennaam.

Op jonge leeftijd zong hij in het kerkkoor en leerde hij piano spelen. Hij werd muzikaal beïnvloed door gospelzangers als Joe May, Rosetta Tharpe en Marion Williams. Toen Tharpe hem eens voorafgaand aan een concert twee van haar nummers hoorde zingen was ze zo onder de indruk dat ze hem uitnodigde op het podium. Sindsdien wilde Little Richard niets liever dan op het podium staan.

Antwoord op Ray Charles

Hij verwaarloosde z'n school en richtte zich op een zangcarrière. In 1951 kreeg hij een platencontract. In zijn thuisstaat Georgia scoorde hij een hit met het nummer Every Hour, maar verder had hij niet veel succes. Tot hij een paar jaar later overstapte naar Specialty Records, dat hem beschouwde als het antwoord op de succesvolle zanger en pianist Ray Charles.

In 1955 bracht hij Tutti Frutti uit, wat onmiddellijk een succes werd in zowel de Verenigde Staten als in Groot-Brittannië. De opvolger Long Tall Sally (1956) deed het nog beter. Hij bereikte daarmee de eerste plaats in de Amerikaanse R&B-lijst. Van beide singles werden miljoenen exemplaren verkocht.

In drie jaar scoorde hij 18 hits en de miljoenen stroomden binnen. Samen met zijn begeleidingsband The Upsetters, waar ook gitarist Jimi Hendrix een tijd lang deel van uitmaakte, gaf hij concerten in binnen- en buitenland. Die concerten met een lichtshow, Little Richards extravagante kleding, make-up en de capriolen die hij uithaalde tijdens het piano spelen waren voor die tijd uitzonderlijk.

Obscene teksten

De verbazing was dan ook groot toen hij in 1957 tijdens een concert in Sydney aankondigde dat hij ermee stopte om predikant te worden. Hij nam dat besluit op basis van enkele 'voortekenen', zoals een rode vuurbal die hij tijdens het concert in Sydney door de lucht had zien vliegen. Hij zag dat als een waarschuwing van God dat hij boete moest doen voor het maken van muziek met obscene teksten en zijn rock-'n-roll-levensstijl. Later bleek de rode vuurbal afkomstig te zijn van de lancering van de Spoetnik 1-satelliet.

Terug in de VS ging hij theologie studeren en trok daarna als predikant het land door. Ook nam hij weer gospelnummers op.

Ze hadden me beter 'Little Cocaine' kunnen noemen gezien de hoeveelheden die ik in die tijd gebruikte.

Little Richard over zijn drugsgebruik

In 1962 werd hij door zijn tourmanager overgehaald om weer te gaan optreden in Europa. De pas begonnen band The Beatles speelde een paar keer in zijn voorprogramma en hij gaf Paul McCartney zangadvies.

In de jaren zestig en zeventig was hij behoorlijk aan de drugs. Ook dronk hij veel. Zelf zei hij later over die periode: "Ze hadden me beter 'Little Cocaine' kunnen noemen gezien de hoeveelheden die ik in die tijd gebruikte". In de jaren zeventig kostte zijn verslaving hem ongeveer 1000 dollar per dag.

In 1977 trok hij zich opnieuw terug uit de showbizz, kickte af en nam zijn werk als predikant weer op. Ook bracht hij in 1979 het gospelalbum God's Beautiful City uit. In 1986 maakte hij een comeback met een rol in de film Down and Out in Beverly Hills, waarvoor hij ook de soundtrack zong. Dat zelfde jaar was hij onder de eerste artiesten die opgenomen werden in The Rock & Roll Hall of Fame.

Hij begon weer concerten te geven en werkte ook samen met andere artiesten. Zo schreef hij een aantal nummers voor Elvis Costello, rapte in het nummer Elvis is Dead van Living Color en was te horen in het achtergrondkoor van When Love Comes to Town, de hit van B.B. King en U2.

Hij kreeg vele prijzen en vermeldingen, waaronder een Grammy Life Time Achievement Award en de opname van Tutti Frutti werd toegevoegd aan het register van The Library of Congress. In dat register worden opnames bewaard van alle muziek die belangrijk is geweest voor de Amerikaanse cultuur.

Homoseksualiteit

In 1995 vertelde hij in een interview dat hij homoseksueel was. Een gevoelig onderwerp voor de diep religieuze zanger. Hij is een keer getrouwd geweest, maar dat huwelijk hield niet lang stand. Hij had geen eigen kinderen. Wel adopteerde hij via zijn kerk een baby, Danny Jones, die toen hij ouder werd vaak optrad als zijn lijfwacht.

Ook in het nieuwe millennium bleef hij optreden, hoewel dat fysiek lastiger werd omdat hij problemen had met zijn been en heup.

In 2012 schreef Rolling Stone Magazine over zijn concert in Washington D.C. "nog steeds vol vuur, nog steeds een ongekende showman, zijn stem is nog steeds gevuld met een diepe gospel en ranzige kracht".

STER reclame