Jaap van Dissel ANP

Mondkapjes in het openbaar vervoer kunnen een klein beetje bijdragen aan de beperking van de verspreiding van het coronavirus. RIVM-directeur Jaap van Dissel zei tegen Kamerleden dat het effect van niet-medische mondkapjes in trein en bus zeer beperkt is; ze houden hooguit 5 tot 10 procent van de besmettingen tegen.

Toch heeft hij begrip voor het besluit van het kabinet om niet-medische mondmaskers per 1 juni verplicht te stellen in het openbaar vervoer. Daar is het moeilijk om 1,5 meter afstand te houden, en kunnen mondkapjes nut hebben. Echt effectieve, medische mondmaskers blijven gereserveerd voor de zorg.

Volgens Van Dissel blijkt uit onderzoek dat niet-medische mondkapjes "mogelijk enigszins bijdragen aan beperking van de verspreiding". Maar de meeste laten 40 tot 80 procent van de druppeltjes door, afhankelijk van het soort stof. Hij noemde het een politieke keuze van Nederland en andere landen om ze in te zetten.

Sjaal

Veel hangt af van de kwaliteit, legde Van Dissel uit. "In sommige landen zeggen ze: doe maar een sjaal om. Daar zou ik niet zo erg voor zijn. Sommige sjaals kun je doorheen kijken, daar laat het virus zich ook niet door tegenhouden." Op korte termijn publiceert de Rijksoverheid een instructie, waarmee mensen zelf een goed mondkapje kunnen maken.

Van Dissel waarschuwde dat het besluit ertoe kan leiden dat mensen met milde klachten toch naar buiten gaan, omdat ze denken dat ze met een mondkapje niemand kunnen besmetten. Ook worden de kapjes vaak verkeerd gebruikt, waardoor het effect verloren gaat.

De RIVM-directeur ging ook in op de verwachte effecten van de versoepelingen die het kabinet gisteren aankondigde. De inschatting is dat die niet opnieuw tot grote drukte op de IC's gaan leiden. "Maar veel is onzeker, dus het zijn echt inschattingen."

Motivatie Nederlanders neemt af

Veel hangt af van de bereidheid van mensen om zich aan de overgebleven maatregelen te houden. Het RIVM onderzoekt met behulp van de huisartsen hoe het met de motivatie van de Nederlanders is gesteld. Daaruit blijkt dat we in toenemende mate moeite hebben met de beperkingen.

Vooral het binnen blijven, het houden van voldoende afstand tot elkaar, veel handen wassen en het niet bezoeken van ouderen vinden we lastig. Van Dissel: "Dat kun je ook op straat zien." Een derde van de mensen voelt zich somberder sinds de corona-uitbraak. De helft zegt minder te bewegen.

Het kabinet verwacht dat de beperkingen versoepeld kunnen worden, en dat het virus intussen onder controle blijft. Van Dissel kon geen antwoord geven op de vraag bij welke stijging van de besmettingen er toch weer op de rem getrapt gaat worden.

Virus voorlopig nog onder ons

"Het ligt er helemaal aan wie er waar besmet raken en waar die toename aan te wijten is", zegt Van Dissel. Nieuwe besmettingen zijn niet honderd procent te voorkomen. "Dit virus is voorlopig onder ons, er zullen nog mensen ziek worden", zegt Van Dissel. Door de komende tijd steeds meer mensen te testen en het bron- en contactonderzoek uit te breiden kan het virus wel onder controle gehouden worden, verwacht hij.

Van Dissel hield nog wel een slag om de arm bij de horeca. Die zou, met beperkingen, per 1 juni weer open kunnen. De deskundigen van OMT moeten dat plan nog wel wetenschappelijk beoordelen, meldde Van Dissel. Het gaat volgens hem dus om een beleidsvoornemen van het kabinet, waar het OMT de komende weken nog advies over gaat uitbrengen.

STER reclame