EPA

Een premie voor autokopers, dat is misschien wel de belangrijkste maatregel waar de Duitse auto-industrie op hoopte bij overleg gisteren met bondskanselier Angela Merkel. Ze belde met de bazen van grote Duitse fabrikanten, zoals Volkswagen, Mercedes en BMW.

De Duitse autobouwers zijn niet de enige: ook de andere Europese autofabrikanten hopen op hulp van belastingbetalers. Vier overkoepelende Europese auto-organisaties pleiten in een nieuw 25-puntenplan voor hulp aan de auto-industrie. Want de verkopen zijn ingestort door de coronacrisis. Ook in Nederland is de vraag naar nieuwe auto's opgedroogd.

Uit nieuwe cijfers van de Duitse dienst voor gemotoriseerd verkeer blijkt dat de verkoop van nieuwe auto's in april met 61 procent is gedaald ten opzichte van een jaar eerder. Vandaar dat de druk op de Duitse regering, net als op die van andere Europese autolanden, hoog wordt opgevoerd.

Uitstellen

"Het herstarten van de auto-industrie zal als een motor van algeheel economisch herstel functioneren", zegt Sigrid de Vries, de Nederlandse secretaris-generaal van Europese toeleveranciers over het puntenplan. De autolobby wijst erop dat bijna 14 miljoen mensen, ofwel 6 procent van alle banen in de EU, iets te maken hebben met de auto-industrie. In Nederland gaat het dan vooral om toeleveranciers.

Er is kritiek op het plan. Waarom belastinggeld uittrekken voor een aankoopsubsidie? "De horeca en het toerisme zijn minstens net zo grote sectoren en ook hard getroffen door de crisis", zegt oud-Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy (D66).

Hij kent de autobranche goed uit zijn tijd als Europees rapporteur rond 'Dieselgate', het grote emissieschandaal uit 2014. "Voor dit soort maatregelen is het nog te vroeg. Wie weet hebben klanten hun aanschaf straks alleen maar een paar maanden uitgesteld en kopen ze dan alsnog een nieuwe auto. terwijl bijvoorbeeld de horeca verliezen heeft geleden die niet meer in te halen zijn."

Autoverkopen april ingestort

Land Verschil met april 2019
Nederland - 53 %
Duitsland - 61 %
Frankrijk - 89 %
Groot-Brittannië - 97 %
Italië - 98 %

De Franse industrie is voorzichtig begonnen met een herstart, na dramatische cijfers over april. Deze week gingen de eerste toeleveranciers open, volgende week gaan een aantal grote fabrieken weer beginnen. Een risico: want wie gaat die auto's afnemen?

De Nederlandse vraag naar auto's komt voor 60 procent voor rekening van lease- en verhuurbedrijven. En die bestellen sinds het uitbreken van de coronacrisis al nauwelijks meer voertuigen, zegt de Bovag. In april zijn de verkopen van nieuwe auto's hier dan ook meer dan gehalveerd ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar.

Veel te veel suv's

Extra zorgen zijn er bij de Britten. In april werden hier maar net iets meer dan 4000 nieuwe auto's geregistreerd, ofwel 97 procent minder dan een jaar geleden in dezelfde maand. In absolute cijfers is het de slechtste verkoopmaand sinds 1946. Behalve het coronavirus, speelt bovendien ook nog de naderende brexit. Gevreesd wordt dat onderdelen en grondstoffen straks moeilijker de grens passeren.

Ook buiten Europa voelt de auto-industrie de klappen van het wegvallen van de vraag. Het Japanse Nissan heeft bijvoorbeeld besloten de Europese markt grotendeels links te laten liggen en zich te concentreren op Azië en de VS.

In Duitsland is besloten om met een werkgroep naar maatregelen te gaan kijken om de industrie te helpen. In juni zal de werkgroep rapport uitbrengen. Als er al belastinggeld wordt ingezet, vindt oud-Europarlementariër Gerbrandy dat daar bijvoorbeeld ook milieueisen aan gekoppeld moeten worden. "De industrie had moeite om tegemoet te komen aan de normen. Ze verkopen veel te veel suv's. Als we daar geen eisen aan stellen, wordt de subsidie een beloning van verkeerd gedrag."

STER reclame