Jaap van Dissel en Jacco Wallinga NOS

Nu duidelijk is dat we met de aanpak van het coronavirus in Nederland langzaam in rustiger vaarwater zijn gekomen, wordt bij het RIVM voorzichtig vooruitgekeken. Er wordt nagedacht over manieren om het virus zo goed mogelijk te monitoren. En er is veel overleg met collega-wetenschappers uit omliggende landen.

Een concreet plan om uit de 'intelligente lockdown' te komen is er nog niet. "Dat is echt wat complexer dan een strategie eruit lichten en zeggen dat dat de juiste is", zeggen hoofd infectieziektebestrijding Jaap van Dissel en Jacco Wallinga, verantwoordelijk voor de rekenmodellen.

De NOS sprak met hen over de mogelijkheid om ieder besmet persoon op te sporen en te isoleren. En over de Duitse collega's, die pessimistischer lijken dan de twee RIVM'ers.

Vorige week lieten jullie een vrij optimistisch geluid horen. Jullie Duitse collega, de viroloog Christian Drosten, zei juist rekening te houden met een tweede, hevigere besmettingsgolf in het najaar. Houden jullie daar ook rekening mee?

Wallinga: "Nee. Ik weet niet waar hij dat op baseert. Dat is zijn mening. Dat is niet iets waar wij ons zo direct mee bezighouden hier. (...) Er zou van alles kunnen gebeuren. Het is niet dat we er geen rekening mee houden, maar we hebben niet expliciet aanleiding dat dit staat te gebeuren. We weten zo veel dingen niet. We weten ook niet wat de seizoenseffecten kunnen zijn. We weten niet hoe mensen deze zomer op vakantie gaan. Dus van alle dingen om uit te zoeken, staat het niet zo heel hoog op mijn lijstje."

De R0, het getal dat aangeeft hoeveel mensen een besmet persoon besmet, ligt in Duitsland rond de kritische grens van 1. Wat is het in Nederland op dit moment?

Wallinga: "We hebben een schatting, een lijntje in de grafiek. En die loopt onder de 1. Dat lijntje kringelt een beetje. Soms wat omhoog en soms wat omlaag."

Van Dissel: "Als je naar alles kijkt, dan verwachten we dat die onder de 1 is."

Uit Duits onderzoek bleek dat kinderen het virus net zo met zich kunnen meedragen als volwassenen. Jullie benadrukken juist dat de rol van kinderen bij de verspreiding van het virus klein lijkt. Werpt dit een ander licht op de zaak, bijvoorbeeld als het gaat om het gedeeltelijk openen van scholen?

Van Dissel: "Daar zie ik geen punt. Natuurlijk, kinderen kunnen ziek worden. Ze hebben over het algemeen milde klachten daarbij. En dat ze besmettelijk kunnen zijn, is wat wij ook terugzien. Dus ik zie niet precies de tegenstrijdigheden."

"Omgekeerd heb je bijvoorbeeld ook de gegevens uit IJsland, die de scholen niet hebben gesloten en verder een heleboel gelijke maatregelen als Nederland hebben uitgevoerd, waar je ook het beeld krijgt dat kinderen weinig bijdragen. Zo probeer je uit alles wat er bekend is, de meest integere en juiste duiding te geven. Dat zie ik eerlijk gezegd niet veranderd worden door wat er gerapporteerd is."

Jaap van Dissel (l) met premier Rutte (r) en minister Van Rijn in de tuin van het Catshuis, op 19 april ANP

Over strategieën om langzaam uit de 'intelligente lockdown' te komen, is de afgelopen week veel geschreven. Een strategie waar onder anderen de Groningse microbioloog Alex Friedrich voor pleit, is om veel meer te gaan testen en contactonderzoek te doen. Veel meer besmette mensen, en de mensen met wie ze contact hebben gehad, kunnen daardoor worden geïsoleerd. Hierdoor zou het mogelijk moeten worden om de coronamaatregelen te versoepelen.

Is dat een strategie waar nu op wordt ingezet?

Van Dissel: "Wat je probeert, is om uiteindelijk tot een strategie te komen waarmee je de minste impact hebt op de samenleving, met inachtneming van een aantal algemene regels zoals die er nu zijn. Contactopsporing en vroege herkenning zijn daar onderdeel van, want die zijn in principe heel effectief. Dus ja, daar kijken we naar."

"Tegelijkertijd moet je je realiseren dat met deze aanpak de verspreiding bij de uitbreiding toch is toegenomen, niet alleen in Nederland, maar in alle landen. Dus blijkbaar schiet het dus toch ergens tekort als simpele aanpak om alles weer op te lossen. En op welke onderdelen dat tekortschiet, dat moeten we nu zo goed mogelijk in beeld krijgen. Maar een van de dingen is dat als er te veel besmettingen zijn, en als het virus zich gedraagt onder de medische radar, bijvoorbeeld omdat het maar heel weinig klachten geeft, zo'n aanpak van herkenning en tracering heel ingewikkeld kan zijn."

Met andere woorden: het kan werken, maar het is naïef om te denken dat het alles oplost?

Van Dissel: "Naïef wil ik niet zeggen. Maar dit is een ingewikkeld virus, waar we nog niet alles van weten. Een van de dingen is hoe het zich gedraagt onder mensen die heel weinig griep krijgen, en hoe besmettelijk die nou zijn. En in hoeverre dat nou een parallelle route van besmetting is, naast de besmettingen die leiden tot longontstekingen, daar weten we eigenlijk epidemiologisch nog onvoldoende van."

Wat is dan nu de strategie?

Van Dissel: "Daar zijn we druk mee bezig. Je probeert bijvoorbeeld door te rekenen wat de gevolgen zijn als je bepaalde maatregelen neemt of weer laat. Maar daar zitten onzekerheden in. En je kijkt naar wat landen om eens heen doen. Hoe het daar gaat."

Zou jullie advies zijn om maatregelen wat te versoepelen, zodat het virus een lange tijd voortkabbelt en een deel van de mensen ziek blijft worden, of zou het advies zijn om het virus op te sporen en in te dammen?

Van Dissel: "Je brengt het als of of. Maar dat is het natuurlijk niet. Want voor beide scenario's hebben we gewoon nog onvoldoende inzicht of die ons uiteindelijk ook gaan redden in dit opzicht."

"We zullen beide moeten exploreren, zoals dat heet. We hebben nu een situatie gecreëerd met heel weinig internationaal verkeer, om maar een voorbeeld te noemen. Nederland is een internationaal georiënteerd land, dus je kunt ervan uitgaan dat we dat ook weer moeten opstarten. Dat geeft weer allerlei onzekerheden, we zullen weer moeten kijken wat je daarvan kunt verwachten. Dat is echt wat complexer dan een strategie eruit lichten en zeggen dat dat de juiste is."

Bij de aankondiging van de eerste grote maatregelen zei premier Rutte: we maken 100 procent van de keuzes met 50 procent van de kennis. Is dat nog steeds zo?

Van Dissel: "Misschien zitten we nu op 51 procent. Wat Rutte probeerde te illustreren, is dat je niet alles achter de komma zeker weet. Dit is een virus dat blijkbaar in de dynamiek van de moderne samenleving z'n plek weet te vinden. Er is nog nauwelijks wetenschap over corona. Tegelijkertijd moet je alle onzekerheden proberen te verkleinen door specifiek onderzoek, en door te zien wat er gebeurt na het nemen van maatregelen."

Eerder legde NOS op 3 al uit waarom het zo ingewikkeld is om nu al een uitgekiende exitstrategie te bepalen. In deze video zie je aan welke knoppen we zouden draaien en welke nieuwe dilemma's daarachter schuilgaan:

STER reclame