Verslaggever Martijn Bink tijdens de opnames van de Bevrijdingsjournaals NOS

Veel activiteiten rond 75 jaar bevrijding gaan deze periode niet door vanwege de coronacrisis. Festivals werden afgelast, veteranen mogen niet komen, herdenkingen moesten worden uitgesteld. Maar vanavond begint wel een nieuwe reeks Bevrijdingsjournaals.

De coronacrisis bood zelfs een onverwacht voordeeltje, ontdekte eindredacteur Paul Vloon, bedenker van het hele project. "Normaal hebben we bij buitenopnames last van verkeer dat langskomt of overvliegende vliegtuigen, maar nu hoefden we de opnames veel minder vaak stil te leggen."

"We hebben op een zondagochtend op de Dam gedraaid en die was echt helemaal leeg. We hebben niet een keer hoeven stoppen met de opnames."

Opnames op de Dam in Amsterdam NOS

Door de coronacrisis konden sommige opnames op locatie uiteraard niet doorgaan. Er was een vergunning om in Dachau te filmen, maar het concentratiekamp sloot vanwege de pandemie. Duitsland-correspondent Wouter Zwart moest het daarop met een groen scherm doen: het kamp herrees volledig digitaal.

"Het mag niet lijken alsof Wouter voor een foto staat, dus er moet beweging in zitten. Ik prijs me gelukkig met de mannen van de vormgeving, Dennis Sibeijn en Koen van Mourik. Die hebben Dachau natuurgetrouw nagemaakt, het is bijna eng."

De regie van de Bevrijdingsjournaals NOS

Vloon heeft zorgvuldig gewogen wat er wel en wat er niet kon worden getoond uit de kampen. Beelden die de geallieerden maakten schokken ook 75 jaar later nog: stapels lijken, bulldozers die massagraven vullen, uitgemergelde overlevenden. "Je moet er rekening mee houden dat je dat niet om 20.30 uur kunt uitzenden."

"We moesten er een weg in vinden. Aan de ene kant wil je mensen laten zien hoe erg het was. Dus dan denk ik: schrik maar even. Aan de andere kant moet het weer niet zo erg zijn dat mensen wegkijken omdat ze het niet aankunnen. Daarin moesten we een weg vinden, een zwaar proces."

De bevrijding was niet alleen maar feest.

Paul Vloon, eindredacteur Bevrijdingsjournaals

Toch vindt Vloon het belangrijk ook deze kant van de bevrijding te tonen. "De bevrijding was niet alleen maar feest. Er zijn heel veel verhalen te vertellen over deze periode."

"De hongerwinter was eind april 1945 op z'n ergst, dat was eigenlijk een hongerlente. Doordat Noord- en Oost-Nederland waren bevrijd konden er geen hongertochten meer naartoe. In Rotterdam stierven in een week 400 mensen van de honger", vertelt Vloon.

"Ook tussen 5 en 9 mei spelen zich nog allemaal drama's af. Mensen denken: op 5 mei is de oorlog voorbij, maar in de grote steden duurt het nog 3, 4 dagen voordat de geallieerden komen. Dat leidt tot allerlei schietpartijen tussen Duitsers en de Binnenlandse Strijdkrachten. Doordat we die periode realtime meemaken, opende het mij echt de ogen hoe zwaar die periode nog was. Twee dagen uitstel moet verschrikkelijk zijn geweest."

Als na twee weken een eind komt aan deze reeks, is dat nog niet het einde van de Bevrijdingsjournaals: in augustus volgt een laatste reeks, rond de capitulatie van Japan in Azië.

"We kijken dan naar wat er in Nederlands-Indië gebeurde, de atoombommen en het einde van de oorlog, maar ook hoe Nederland zijn wonden likt", zegt Vloon. "Je kunt het hebben over de wederopbouw, de mensen die de concentratiekampen hebben overleefd, de dwangarbeiders die terugkeren, de berechting van landverraders. We hebben prachtig beeld gevonden van de zomer van 1945."

STER reclame