Veel Chinezen maakten er dankbaar gebruik van: het nationale park Huangshan in de Chinese provincie Anhui heropende vandaag. Daar kwamen zoveel mensen op af, dat bezoekers in de rij moesten wachten om de bergtoppen te mogen bekijken. Binnen een uur zouden 20.000 geïnteresseerden zich bij de ingang gemeld hebben, waarop volgens Chinese media weer een bezoekersstop werd ingesteld.

Het park, eigenlijk een bergketen, staat op de werelderfgoedlijst en is een populaire attractie in Anhui, een provincie die grenst aan Hubei. Daar dook het coronavirus in februari voor het eerst op.

In Hubei werd het strenge reisregime onlangs iets versoepeld. Inwoners in het bezit van een gezondheidsverklaring mochten de provincie verlaten, met uitzondering van de stad Wuhan, het epicentrum van de uitbraak. 8 april worden de restricties in Wuhan naar verwachting opgeheven. Een deel van de winkels ging afgelopen week al open.

Correspondent Sjoerd den Daas reisde nu terug naar Wuhan, de stad waar alles begon. Bekijk hier zijn reportage:

In Wuhan overheerst nu de woede en het verdriet

Toch is er van vrij reizen absoluut nog geen sprake. Wie op straat wil zijn, moet met zijn smartphone een speciale kleurcode laten zien. Die kleurcode geeft weer in hoeverre iemand kan zijn blootgesteld aan corona.

Wie op zijn telefoon de gezondheidsstatus 'groen' kan laten zien, mag bijvoorbeeld met de metro reizen of in een hotel slapen. Wie recent contact gehad met een zieke, maar nog niet twee weken in quarantaine geweest, krijgt de digicode oranje toegewezen. En wie code rood heeft, vertoont symptomen maar wacht nog op een diagnose.

Steden weer in beweging

De ene stad is actiever met het gebruik van de kleurcodes dan de andere, zegt NOS-correspondent Sjoerd den Daas. In de hoofdstad Peking wordt het systeem losjes gebruikt, terwijl inwoners van Wuhan streng gecontroleerd worden in bijvoorbeeld winkels en het openbaar vervoer.

"Ga je naar een winkel of compound en is daar iemand geweest met oranje, dan kan jouw kleurcode ook worden gewijzigd", legt Den Daas uit. "Het is een zeer geavanceerd mechanisme dat vooral gebruikmaakt van locatiegegevens. Op basis daarvan worden mensen die risico's lopen gericht geïsoleerd, en kunnen steden gefaseerd weer in beweging komen."

Onderzoekers verbonden aan de universiteit van Oxford raadden andere landen vorige week aan ook digitale kleurcodes te gaan gebruiken. Tegelijkertijd waarschuwden Amerikaanse media recent dat het systeem persoonsgegevens doorspeelt aan de politie.

Het kleurcodesysteem wordt volgens Den Daas niet alleen gebruikt om het virus in te dammen, maar ook om het normale leven weer te op gang te brengen en de economie zo te stimuleren. "De autoriteiten willen laten zien dat het gewone leven weer kan worden opgepakt." Dat het park Huangshan dit weekend heropende, past daar volgens Den Daas ook bij. Zo gingen eind maart ook delen van de Grote Muur weer open voor bezoekers.

Aantal slachtoffers

Terwijl het coronavirus in de Verenigde Staten en Europa om zich heen grijpt, lijkt China dus langzaam op te krabbelen. Toch is het lastig om een precies beeld te krijgen van hoe het nu in het land gaat. Zondag meldden de Chinese autoriteiten dertig nieuwe coronabesmettingen, voornamelijk van reizigers vanuit het buitenland.

Volgens de autoriteiten zijn ongeveer 3300 mensen in China aan het virus bezweken. Toch zeggen artsen en verpleegkundigen dat het werkelijke dodental waarschijnlijk hoger ligt. Ook het Witte Huis houdt vol dat China veel gunstigere berichten over de uitbraak naar buiten brengt, maar waar Washington zich op baseert, is onduidelijk.

Net als in Nederland maken de Chinese autoriteiten dagelijks melding van overlijdens in ziekenhuizen. Maar met name in de beginperiode van het virus is registratie hiervan slordig verlopen. Den Daas: "Het testen kwam laat op gang. Veel mensen die in het begin van de uitbraak waarschijnlijk zijn bezweken aan het virus, zijn niet als zodanig gemeld. Het aantal sterfgevallen door corona ligt waarschijnlijk wel hoger, maar hoeveel hoger, is niet te zeggen."

STER reclame